1e Kamer: Verschuivende perceptie van macht in de zorg

Gisteren heeft de Eerste Kamer het beperken van de vrije artsenkeuze afgestemd. De drie PvdA’ers die het wetsontwerp om zeep hielpen deden dat met een verwijzing naar de macht van de zorgverzekeraars die niet nog verder hoefde te worden versterkt.

Die overweging laat zien hoe de wijze waarop de machtsverhoudingen in de zorg worden gezien, aan het verschuiven is. In een nog niet al te ver verleden werd de macht van de artsen als het grote probleem in de zorg gezien. De nauwe banden tussen artsen en farmaceutische industrie waren daar o.a. debet aan: uitnodigingen voor wetenschappelijke conferenties op exotische oorden en luxueuze resorts gaven niet de indruk dat er noeste arbeid werd verricht  en stevige wetenschappelijke discussies werden gevoerd.  De veelvuldige bezoeken van vertegenwoordigers van farmaceutische industrie aan artsen die in de beslotenheid van de spreekkamer beslisten welke therapie en welke medicatie werd voorgeschreven, wekten de indruk dat in die verbinding veel macht zat. En de felheid waarmee artsen hun zelfstandig ondernemerschap verdedigden bevestigde het beeld dat er nogal wat macht en belang te verdedigen viel. Maar dat lijkt allemaal verleden tijd.

Inmiddels hebben de artsen zich in de slachtofferrol gepositioneerd zoals nu met de vrije artsenkeuze. Ze zijn erin geslaagd de patiënten aan hun kant te krijgen. Het verdedigen van de vrije artsenkeuze en breder de positie van de behandelaar als een bedreigde positie die slechts het belang van de patiënt op het oog heeft, vindt flink wat maatschappelijke steun. Bij die slachtofferrol wordt regelmatig verwezen naar de beknotting van de vrijheid in het voorschrijven van medicijnen zoals dat de afgelopen jaren heeft plaatsgevonden: artsen kunnen nu niet meer doen wat het beste is voor de patiënt.

Inmiddels hebben ook de organisaties in de langdurige (gehandicapten, psychiatrische) zorg zich betrekkelijk succesvol in die slachtofferrol gemanoeuvreerd als gevolg van de decentralisatie van de zorg.

Daartegenover zijn de zorgverzekeraars nu de grote tegenstander geworden in de gezondheidszorg. Ze zijn de boemannen die de zorg in een ijzeren greep hebben, slechts belang hechten aan kostenbeheersing en bereid zijn daarvoor genoegen te nemen met niet optimale zorg. Em dat laatste is in de zorg een echte doodzonde.

Het zou zorgverzekeraars tot nadenken moeten stemmen dat zij niet langer de belangenbehartigers zijn van de verzekerden. Ooit zijn ze begonnen als onderlinge waarborgmaatschappijen van mensen die wisten dat ze in hun eentje niet opgewassen waren tegen de risico’s van ziekte en daarom met elkaar hun risico’s afdekten. Maar de gedachte dat ze de vertegenwoordigers zijn van de verzekerden, dat ze hun belangen behartigen is inmiddels ver weg. Zorgverzekeraars zijn in de perceptie verlengstukken van de overheid voor wie zorgkosten in de eerste plaats een probleem zijn van de collectieve lasten die laag moeten blijven om ongewenste koopkrachteffecten te vermijden. Zorgverzekeraars hebben een uitdaging voor zich om weg te komen uit die positie en zich weer als belangenbehartigers van hun verzekerden te positioneren. Dat vraagt om verdieping van en investering in die relatie.

En inmiddels is het naïef om te denken dat de zorgverleners van een machtspositie in een slachtofferrol zijn terecht gekomen. De zorg is een van de snelst groeiende markten (in Nederland inmiddels ongeveer 90 miljard per jaar) en het groeiende aantal zelfstandige behandelcentra laat zien dat veel zorgverleners interessante business zien in de zorg. En de macht van de spreekkamer mag dan iets zijn ingeperkt wat betreft het voorschijven van medicijnen, de verhalen over overbodige behandelingen en onnodig doorbehandelen wekken niet de indruk dat de macht van de zorgverleners het wel zonder checks and balances kan stellen.

Een machtsverdeling, waarbij patiënten en zorgverleners enerzijds en zorgverzekeraars en overheid anderzijds elkaar bestrijden, is een veel te simplistische weergave van de werkelijke machtsverhoudingen in de zorg.