Rechtstaat als identiteit?

De Rechtstaat als identiteit?

 

In het redactioneel commentaar van Trouw op 30 januari gaat de krant in op het debat over de Nederlandse identiteit. Ze ziet in het recht en de rechtstatelijkheid onze gedeelde identiteit. In een seculiere samenleving die de verzuilde samenleving  definitief is ontgroeid en waarin geen groot verhaal van religie of ideologie meer heerst, moet het recht het identiteitsgat opvullen. Daarmee volgt Trouw de lijn van politici van verschillende huize die menen dat als iedereen zich nu maar identificeert met de grondwet en de daarin vervatte waarden, de Nederlandse identiteit gewaarborgd is.

Het is een oplossing uit armoede: bij gebrek aan iets beters grijpen we naar de wet en het recht om het probleem van onze identiteit op te lossen. Het is ook een oplossing die niet werkt. Het recht is de voorwaarde om mijn identiteit te kunnen beleven, maar het is een misverstand te denken dat wet, recht en identiteit samenvallen. Ik heb mijzelf nog nooit kunnen  betrappen op de gedachte dat ‘ik de wet ben’. Wetten zijn er altijd geweest om de grenzen aan te geven waarbinnen ik mij moet bewegen. Ik ben niet mijn grenzen. De vraag naar identiteit gaat over wie ik ben als ik mij binnen de grenzen van de wet beweeg.

De grondwet en de wetten die we in Nederland hebben zijn de basis van wie ik ben als burger. Op die basis bouw ik mijn identiteit die zich uit in de taal die ik spreek, de cultuur die ik omarm, het geloof dat ik aan  hang, de feesten die ik bezoek, de sport waarin ik mij uitleef. Na de ontzuiling en door de globalisering en migratie is die identiteit een eindeloze diversiteit geworden. Die diversiteit is er niet alleen tussen autochtone Nederlanders en nieuwe Nederlanders, die is er ook tussen bewoners van de grachtengordel en het platteland, of tussen de bewoners van de Bible-belt en de seculiere Nederlanders.

Het is onze grote uitdaging om met de burgerrechtelijke identiteit als basis en de enorme diversiteit aan identiteiten en leefstijlen de vraag te beantwoorden wat ons als Nederlanders verbindt. Is er zoiets als een Nederlandse identiteit?  Die is er wel degelijk en veel meer dan we denken. Die is ook meer dan Koningsdag, het Wilhelmus en de vlag. Nederland is het land van polderen als we een probleem moeten oplossen. We zijn conflict mijdend en het is niet voor niets dat we geen militaire traditie en cultuur hebben. We zijn recht voor zijn raap en in de ogen van buitenlanders bot. We hechten extreem aan regels en procedures: bij elk probleem stellen we een wet vast om het op te lossen. Voor Nederland is de Tweede Wereldoorlog hét morele ijkpunt als het gaat om goed en kwaad. Omdat we in een klein land wonen, waar ongeveer alles om de hoek is, hechten we aan uniformiteit: wat in Groningen zo is geregeld, moet ook in Maastricht zo gelden. In dat kleine land zijn we wel tolerant, maar we houden niet van diversiteit.

Die Nederlandse identiteit is aan voortdurende  ontwikkeling onderhevig. Er bestaat niet zoiets als een Oer-Nederlandse identiteit die moet worden beschermd en onbeschadigd moet worden doorgegeven. Als we onze grootouders zouden vertellen dat de Nederlandse identiteit ligt in het wereldwijs promoten van het homohuwelijk, abortus en euthanasie, zouden ze zich daar zeker niet in herkennen.

Dat die Nederlandse identiteit er wel degelijk is, zie je juist aan vluchtelingen. In een gesprek met Afghaanse  jongeren zei een van hen dat hij waarschijnlijk niet meer in zijn land van herkomst zou kunnen aarden omdat hij zich tezeer de Nederlandse manier van denken en doen had eigen gemaakt.

De opgave om over de Nederlandse identiteit als overkoepelend na te denken is geen eenvoudige opgave in een alsmaar diverser wordende samenleving. Dat vergt veel meer aan onderling gesprek en herkennen van gedeeld gedrag en leefpatronen nu we niet meer religie en ideologie als eenvoudige maatstaven hebben. Maar het is een illusie om te denken dat recht en  rechtstatelijkheid het probleem van identiteit oplossen. Met die armoede-lossing maken we het ons te gemakkelijk.

De Nederlandse identiteit is in voortdurende ontwikkeling. Ze laat een patroon zien van lange lijnen (polderen, regels en procedures) en van steeds wisselende en veranderende lijnen. Het idee van een nationaal museum dat een aantal jaren geleden ten  grave is gedragen, moet we opnieuw oppakken. Niet om in nostalgie te zwelgen, maar als een plaats waar we zichtbaar kunnen maken hoe we voortdurend in de geschiedenis zijn veranderd en tegelijk hoe er lange lijnen van identiteit zijn.