Identiteit doet er toe, ook voor het gas in Groningen

 

Beste Ewald,

 

Je kritiek op de verkiezingscampagne en het identiteitsdebat is mij uit het hart gegrepen. Maar je dreigt het kind met het badwater weg te gooien. De vraag naar identiteit doet ertoe, juist omdat je verwijst naar zulke grote vraagstukken als bio-industrie, het gas in Groningen en de problemen in de zorg.  Het oplossen daarvan heeft als voorwaarde dat er sprake is van een zekere lotsverbondenheid: we moeten het met elkaar oplossen. En dat veronderstelt dat we elkaar erkennen en herkennen als mensen die iets met elkaar hebben en iets met elkaar te maken hebben.

Dat is zowel het probleem tussen Groningers en randstedelingen, als het gaat over het gas in Groningen, tussen ouderen en jongeren als het gaat over pensioen en zorg, tussen vluchtelingen en inwoners van Overvecht en Kanaleneiland als het gaat om schaarste op de huizenmarkt en arbeidsmarkt.

De klassieke oplossing van de kabinetten vanaf paars I is geweest om het probleem via de calculerende burger op te lossen: als we ervoor zorgen dat iedereen tevreden is en voldoende bediend wordt met voorzieningen, subsidies en aftrekpost, hoeven we de v raag wat ons met elkaar verbindt, niet te beantwoorden. Die oplossing is inmiddels zelf het probleem geworden: de calculerende burger als burgerschapsmodel doet ons allemaal naar de staat kijken als leverancier en ik ben als klant al gauw ontevreden omdat ik niet krijg wat ik wil  of omdat de buurman meer krijgt dan ik.

Wilders is in dat gat gesprongen en de andere partijen laten in deze campagne hem het speelveld van het identiteitsdebat bepalen met een romantisch en mythisch beeld van de Nederlandse identiteit dat nooit heeft bestaan. En dus komen Rutte en Buma met een slap PVV-light verhaal en komt Asscher niet verder dan progressief patriottisme.  Daarmee wordt in wezen het speelveld van Wilders geaccepteerd en daarmee zijn ze misschien nog wel meer dan Wilders schuldig aan het ‘wij-zij’ beeld dat ontstaat.

 

Het identiteitsdebat is serieus. Natievorming is in tijden van globalisering en migratie een dringend onderwerp dat van belang is om al die andere onderwerpen van een maatschappelijke basis te voorzien. Tenzij je vindt dat de natiestaat overbodig is. Net als democratie is de natiestaat geen heilig en smetteloos systeem, maar voorlopig wel het minst slechte wat we hebben. Zonder dat hebben we geen verband meer waarin we verantwoordelijkheid voor en solidariteit met elkaar kunnen vorm geven. Zolang we de natiestaat hebben, moeten we in natievorming investeren. Dat we dat in deze verkiezingscampagne heel slecht doen is slechts een bevestiging van het belang ervan.