2004 Voorbeeld Europa

Ontwikkelingslanden waarderen Europa meer dan wijzelf

Deze week wordt de Europese grondwet officieel ondertekend en stemt het Europees parlement over een nieuwe Europese commissie, de eerste na de uitbreiding. Van feestgedruis is weinig te merken. Het euroscepticisme lijkt de overhand te hebben en een aantal regeringen zijn zenuwachtig over de uitslag van het referendum over de grondwet dat ze hebben moeten toezeggen aan hun sceptische burgers. Die somberheid over Europa staat in schril contrast met de wijze waarop in ontwikkelingslanden naar het project van de Europese Unie wordt gekeken. Tijdens mijn reizen naar Midden-Amerika in juni en naar India en Bangladesh in de afgelopen maand heb ik kunnen constateren dat het Europese concept een grote aantrekkingskracht heeft op deze landen en regio’s. In Latijns-Amerika werd in tijdschriften de vraag opgeworpen os en wanneer Latijns-Amerika rijp zou kunnen zijn voor één munt. In India vroegen mijn gesprekspartners zich af hoe het bestaande regionale verband (o.a India, Bangladesh, Pakistan, Sri Lanka) zou kunnen uitgroeien naar het voorbeeld van de EU.  Soms is het goed om met de ogen van een buitenstaander naar de eigen werkelijkheid te kijken en de waarde daarvan opnieuw te beseffen.

Er zijn in grote lijnen drie redenen waarom het concept van de Europese Unie in ontwikkelingslanden als lichtend voorbeeld wordt beschouwd.

Het eerste is de veiligheidskwestie. Een groot aantal regio’s in de derde Wereld wordt voortdurend geteisterd door binnenlandse oorlogen en door etnische of religieuze conflicten die vaak een grensoverschrijdend karakter hebben (Congo-Rwanda-Burundi-Uganda, India-Pakistan, Liberia-Sierra Leone). Europa is erin geslaagd om na twee grote oorlogen haar eigen veiligheidssysteem te creëren en te voorkomen dat oude twisten opnieuw oplaaiden. Bovendien schept een regionaal samenwerkingsverband het kader waarin ook binnenlandse conflicten verantwoord kunnen worden aangepakt. Ik heb eerder opgeroepen de kwestie Darfur eerst en vooral van een regionaal antwoord te voorzien. Dat is een weerslag van de overtuiging dat regionale veiligheidssystemen verre te verkiezen zijn boven interventies van veraf, c,q, vanuit Europa of de Verenigde Staten. En niet omdat onze jongens en meiden buiten gevaar zouden moeten blijven, maar omdat een regio die menskracht en middelen heeft ingezet om tot een oplossing te komen, meer bereid zal zijn de duurzaamheid van die oplossing te garanderen.

De tweede reden is van economische aard. De groeiende globalisering maakt alle landen tot onderdeel van een wereldeconomie. Daarin zullen ontwikkelingslanden een eigen plaats moeten verwerven die sterk genoeg is om tegenwicht te bieden tegen de economische macht van Noord-Amerika, Europa, Japan en in de toekomst China. Het is een illusie te denken dat het merendeel van de ontwikkelingslanden op eigen kracht een plaats in de wereldeconomie zullen verwerven. Slechts een beperkt aantal landen die een sterke thuismarkt kunnen ontwikkelen (Brazilië, India, Zuid-Afrika) zullen daar het komende decennium misschien in slagen. Voor het merendeel van de ontwikkelingslanden zal gelden dat een plaats op de wereldmarkt alleen denkbaar is als er via versterking van regionale ontwikkeling en regionale markten een gemeenschappelijke ‘thuismarkt’ ontstaat als basis voor hun positie op de wereldmarkt. Voor de meeste Europese landen – ook voor ons eigen land – geldt dat het merendeel van hun handel zich afspeelt binnen de grenzen van de EU. Daar wordt de basis gelegd voor een succesvol opereren op de wereldmarkt. Ontwikkelingslanden hebben in de regionalisering van hun economie nog een flinke weg af te leggen. Wie wel eens geprobeerd heeft over land grenzen tussen twee ontwikkelingslanden te passeren weet hoeveel hindernissen er gepasseerd moeten worden.

De derde reden is van culturele aard. De koloniale grenzen die willekeurig op de wereldkaarten zijn getrokken, hebben stammen, culturen en religies bruut doorsneden. In verschillende regio’s leeft de wens tot herstel van de banden tussen die culturen. In het huidige denken over de souvereiniteit van staten is het herzien van landsgrenzen een onbegaanbare weg. Gemeenschappen à la de EU kunnen een huis bouwen voor grensoverschrijdende culturen, stammen en religies.

Het Europese model is betrekkelijk uniek omdat het de souvereiniteit van staten als gegeven en als uitgangspunt neemt. Dat maakt het ook aantrekkelijk voor ontwikkelingslanden. Het federatieve voorbeeld van de Verenigde Staten heeft geen toekomst, niet in Europa en niet in andere continenten. Daarvoor is het te monolitisch en uniformerend. Gedachten over een federaal Europa waarbij de souvereine staten ophouden te bestaan, zijn in de loop van de tijd allenaal een zachte dood gestorven omdat ze draagvlak missen bij politiek en bevolking. Het proces van globalisering dat zich voltrekt vraagt niet om verdergaande uniformering maar juist om voldoende tegenwicht door een veelkleurigheid in cultureel en religieus opzicht. Er is al voldoende uniformering gaande door de cultuur van spijkerbroeken, McDonalds en televisiesoaps. De diversiteit van landen is een belangrijke bijdrage tot een zorgvuldige balans tussen de waarde van globalisering en de waarde van diversiteit. Natiestaten zijn van belang voor de balans tussen globalisering en diversiteit, maar hebben tegelijkertijd behoefte aan inbedding in regionale gemeenschappen om de potentiële conflicten die inherent zijn aan het bestaan van natiestaten, te neutraliseren.Diversiteit is in de ogen van ontwikkelingslanden ook belangrijk in het licht van het heersende unilateralisme van de Verenigde Staten. Het concept van Europa dat geen uniform machtsblok is en multilateralisme in eigen kring gestalte geeft is wat dat betreft een aantrekkelijke optie.

Het concept van de EU biedt een antwoordt op de drie centrale vragen die de toekomstige verhoudingen tussen landen zullen bepalen: de veiligheid, de economie en de cultuur. We zouden ons als Europeanen bewust moeten zijn van het unieke en het toekomstgerichte antwoord dat Europa biedt. Europa zelf, het concept van de Europese Unie, is misschien wel het belangrijkste exportproduct dat we in handen hebben. Een beetje meer besef van de waarde daarvan en geloof in de toekomst daarvan is niet alleen van belang voor Europa, maar voor de toekomstige verhoudingen in de wereld.