2010 Defensieverkenningen

Bescherming van burgers: een logische volgende stap

Over het Nederlandse defensiedebat zou de alom geciteerde Chinese militair-strateeg Sun Tzu ongetwijfeld iets zinnigs weten te debiteren. ‘Maak in tijden van onzekerheid weloverwogen en moedige keuzes,’ of zoiets. We komen liever direct to the point. Naar onze mening geven drie concrete trends in het huidige tijdsgewricht richting aan het defensiedebat. De uitkomst van dit debat vergt een moedige keuze: De toekomst van de Nederlandse krijgsmacht ligt in de bescherming van burgers. Dat sluit aan bij de inmiddels belangrijkste doelstelling van de krijgsmacht: het verdedigen van de internationale rechtsorde. En het sluit aan bij internationale inzichten zoals de responsibility to protect en de centrale plaats van ‘human security’ in vredes- en veiligheidbeleid.

Vredesmissies met een primair humanitaire component zullen – voor zover de tijdshorizon zich uitstrekt – de feitelijke hoofdtaak van de krijgsmacht blijven. Natuurlijk ziet Defensie graag de meest ambitieuze optie van de recent afgeronde toekomstverkenningen gerealiseerd: ‘Veelzijdig inzetbaar’. Maar dat is evident te hoog gegrepen. Dan lonkt voor Defensie het beste alternatief: de beleidsoptie ‘Veiligheid brengen’ via stabilisatiemissies. De krijgsmacht zal met deze keuze kunnen leven, als solide waarborg voor geld en materieel. Niet voor niets wil Defensie graag in Uruzgan blijven. Een expeditionaire krijgsmacht die thuis blijft, riskeert niet slechts de kaasschaaf, maar de sloophamer. Veiligheid brengen gaat overigens niet alleen over veiligheid in conflictgebieden. In een globale wereld waarin we onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn, is er sprake van collectief eigenbelang en is veiligheid brengen ook in Nederlands belang

Dan doemt als vanouds het ‘wat als?’ spook op. De defensieverkenningen staan vol van alle mogelijke bedreigingen en onzekerheden in de toekomst. Wat als de Chinezen hun machtspolitieke vleugels over de Pacific uitstrekken? Wat als de aanvoer van olie en grondstoffen stokt? Wat als klimaat tot grote internationale spanningen leidt? Wat als Rusland zijn tsaristische ambities hervat? Wat als Iran een kernwapen…? Dergelijke worst case-scenario’s hebben de aantrekkingskracht van de alles verklarende eenvoud, maar kunnen voor Nederland geen vast kompas zijn. Het is bovendien een illusie te denken dat het militaire apparaat het voor de hand liggende antwoord is op de grote variëteit aan onzekerheden en potentiele bedreigingen. Ons land kan zich niet (of niet langer) op alle eventualiteiten voorbereiden en militair zelfvoorzienend blijven. Het moet realistische keuzes maken. En het moet meer samenwerking en taakverdeling nastreven.

IKV Pax Christi en Cordaid kiezen bewust voor human security als leidraad. Dit betekent: het uitvoeren van stabilisatiemissies, plus de capaciteit om snel te interveniëren bij acute massale schendingen van mensenrechten. Dit betekent: méér soldaten ter plaatse (boots on the ground), met de juiste mindset om veiligheid voor burgers af te dwingen.

Deze logische keuze voor bescherming van burgers in het kader van de internationale rechtsorde  heeft consequenties voor de inrichting van de krijgsmacht. De krijgsmacht moet materieel en personeel worden afgesteld op burgerbescherming. Wij pleiten voor afstoting van materieel dat niet noodzakelijk is voor bescherming van burgers. Dat betekent niet het fileren van de krijgsmacht. Ook in vredesmissies is het nodig militair overwicht te hebben en dat waar nodig in te kunnen zetten. Investeringen in transportcapaciteit, in bescherming van onze militairen tegen bermbommen en in technische hulpmiddelen om inlichtingen te verzamelen zijn essentieel. Maar met de door ons bepleitte doelstelling zijn onderzeeboten niet nodig. En in Afghanistan en Afrika zullen ook gemoderniseerde F-16’s nog jaren superieur zijn aan ter plaatse opererende tegenstanders. Wel zal de Nederlandse krijgsmacht haar voortzettingsvermogen moeten versterken. Het (personeel en materieel) zuchten en kreunen van de defensieorganisatie over de duur van de Uruzgan missie is daarbij een les. Stabiliteitsoperaties zijn geen kortdurende interventies.

Aanpassingsbereidheid houdt krijgsmachten doelmatig en scherp. In het huidige tijdsgewricht zijn stevige aanpassingen onvermijdelijk. Een scherpere focus op human security geeft wat ons betreft aan die aanpassingen onderbouwing én richting. Met een dergelijke doelmatige expeditionaire krijgsmacht zou Nederland prima aansluiten bij de defensietoekomst van NAVO (NATO Response Force) en EU (Battle Groups). Voor zijn internationale aanzien hoeft Nederland echt niet te vrezen. Een krijgsmacht die kiest voor de bescherming van burgers en daarmee bijdraagt aan de internationale rechtsorde kan bovendien rekenen op meer maatschappelijke steun.