2011 Financieel Strafhof

Pleidooi voor een financieel strafhof

Het verjagen van de drie Noord-Afrikaanse autoritaire leiders, Ben Ali in Tunesië, Mubarak in Egypte en Khadaffi in Libye, gaat elke keer gepaard met berichten over de enorme kapitalen die deze leiders over de jaren hebben vergaard. Meestal gaat het over miljarden. In de VS alleen al is een bedrag van 30 miljard van Khadaffi’s tegoeden bevroren.

De komende maanden en jaren zullen we vervolgens een langslepende juridische strijd zien in veel verschillende landen over die tegoeden. De nieuwe regeringen van Egypte, Lybie en Tunesië zullen jaren van juridische procedures in Zwitserland, de VS en Frankrijk, maar ook op de Bahama’s en de Seychellen moeten voeren om dat geld uiteindelijk terug te krijgen. En overal zullen deze nieuwe regeringen aanlopen tegen lokale wetgeving en zich moeten de kennis daarvan eigen moeten maken om deze diefstal ongedaan te maken.

Het wordt tijd voor een internationale aanpak van deze door machthebbers bedreven criminaliteit. Het is tijd een International Financial Criminal Court, waar deze procedures om naar het buitenland gesluisde tegoeden terug te krijgen, kunnen worden gevoerd.

Het gaat niet alleen om de tegoeden van deze Arabische leiders. Inmiddels is een indrukwekkende lijst van machtige ‘doorsluizers’ samen te stellen. Zonder enige pretentie van volledigheid hebben we het over Marcos van de Filippijnen, Mobutu van Zaire, Suharto van Indonesië, Obasanjo van Nigeria, Moi van Kenya.

Zo’n International Financial Criminal Court is om meerdere redenen zinvol. Alleereerst omdat het, net als het International Criminal Court dat oorlogsmisdaden en misdaden tegen de menselijkheid kan aanpakken, een duidelijk signaal is aan dictators dat ze niet hun gang kunnen gaan. En met het IFCC pakt de internationalegemeenschap hen op een plek die hen en hun familie treft. De gedachte dat buitenlandse tegoeden een veilige haven zijn om t.z.t. rustig en weelderig verder te gaan, wordt met zo’n financieel strafhof stevig ondergraven. Het is bovendien een plaats waar kennis omtrent het terughalen van weggesluisde tegoeden kan worden gebundeld. Dan hoeven regeringen niet meer in elk land waar tegoeden zijn bevroren procedures te voeren om het geld terug te krijgen. Zo’n financieel strafhof kan ook zelf vervolging instellen en hoeft niet meer te wachten op sanctiebesluiten die, zoals nu, alleen in het uiterste geval worden genomen.

Een IFCC is ook een duidelijk signaal dat misdaad niet loopt, ook witte boorden misdaden niet. En het stimuleert maatschappelijke organisaties in deze landen om de strijd voor transparantie met nog meer kracht en kans op succes voort te zetten.

Het is ook relevant in de discussie over ontwikkelingshulp (die we ook aan het overgrote deel van de eerder genoemde landen gaven en geven). Daar wordt voortdurend het nut van hulp in twijfel getrokken omdat het toch in de zakken van corrupte machthebbers verdwijnt. Ook daarom is het dichten van de wegsluisroute belangrijk. In veel ontwikkelingslanden is het wegsluizen van geld naar het buitenland een enorm probleem. Via de achterdeur verdwijnt de rijkdom van deze landen (inkomsten uit olie, gas, mijnbouw, mineralen) met scheppen naar de financiële centra of belastingparadijzen.