2005 Neer met die muur!

Neer met die muur!

In samenwerking met Jaap Hamburger, Vice Voorzitter van Een Ander Joods Geluid 

Op 9 juli 2004 besloot het Internationaal Gerechtshof in Den Haag dat de muur die Israël in bezet Palestijns gebied bouwt illegaal is, moet worden afgebroken en de gedupeerde Palestijnen dienen te worden gecom-penseerd. Israël bouwt echter onverdroten door aan dit obstakel voor vrede in het Midden Oosten. De Nederlandse overheid en haar burgers moeten hardere maar vreedzame acties tegen de muur steunen.

Sinds de uitspraak van het hof is de lengte van de muur aangezwollen tot 209 km. De muur wordt voor het grootste gedeelte gebouwd op de bezette Westoever, niet in Israël. De VN wees de joodse bevolking van het gebied in haar verdelingsplan van 1947 55 procent toe van het zogeheten ‘Mandaatgebied Palestina’ (het huidige Israël en de bezette gebieden). In de oorlog van ’47-’48 breidde Israël haar aandeel uit tot 78 procent, het huidige Israël. De Westoever (waaronder Oost Jeruzalem) en Gaza beslaan slechts de resterende 22 procent. Palestijnen eisen hun recht om op dit overgebleven gedeelte hun staat te bouwen.

Dit jaar lijft Israël door de muur al tien procent van deze Westoever in, met daarin meer dan 60% van de Palestijnse waterbronnen en hun vruchtbaarste grond; essentieel voor de waterbehoefte van de Palestijnse bevolking en haar landbouw. 50.000 Palestijnen wonen in ‘gesloten gebieden’ achter de muur, geïsoleerd van familie, diensten, werk en scholen. Duizenden van hen moeten zelfs een vergunning aanvragen om in hun eigen huizen te mogen blijven wonen. Meer dan 500.000 Palestijnen, die op minder dan een kilometer van het traject van de barrière wonen, kunnen niet langer hun familie, boomgaarden, velden, weilanden en vee bereiken, aan de andere kant van de ondoordringbare barrière. Doorgangshekken bieden nauwelijks verlichting, zijn beperkt aanwezig, gaan op willekeurige tijden open en mogen in de meeste gevallen alleen worden gepasseerd met vergunningen, die voor de meeste Palestijnen niet beschikbaar zijn. Het is vaker gezegd: deze barrière scheidt vooral Palestijnen van elkaar, en van het leven.

Op grond van het internationaal recht en het humanitair recht is er geen enkele discussie over het recht van Israël op veiligheid binnen haar eigen grenzen. Dat geldt ook voor de Palestijnen.  De muur is – vanwege datzelfde internationale en humanitaire recht – geen acceptabel en geen effectief middel. Het maakt een levensvatbare Palestijnse staat voorgoed onmogelijk en doet een 2-statenoplossing voor vrede de das om. Verder klinken uit het Israëlische leger geluiden dat de muur door zijn lengte en slingerende route onverdedigbaar wordt. De Israëlische mensen-rechtenorganisaties B’Tselem verwijt de Israëlische politiek niet eerst andere minder ernstige maatregelen ten volle te hebben uitgeprobeerd zoals betere grenscontrole.

Palestijnen protesteren vooral vreedzaam tegen de muur: met geweldloze demonstraties, petities en juridische maatregelen bij Israëlische gerechtshoven. Dit heeft beperkt succes: vertragingen in de bouw en een wijziging in de route van de muur in de buurt van Jeruzalem, afgedwongen door het Israëlische hooggerechtshof, omdat tienduizenden Palestijnen van medische zorg, werk en andere voorzieningen dreigden te worden afgekapt. Dat de Israëlische autoriteiten beducht zijn voor juist geweldloos verzet blijkt uit de toegenomen inzet van zogeheten ‘Musta-Arabim’ Palestijns-uitziende Israëlische agenten die met boos opzet geweld van het Israëlische leger uitlokken, door bijvoorbeeld stenen te gooien. Palestijnse vredes- en mensenrechtenorganisaties evenals Israëlische vredesorganisaties zoals Gush-Shalom berichten van deze toenemende trend; een tactiek die als sinds de eerste Intifada 1987-1993 wordt toegepast. Geweldloos verzet wordt vanwege de internationale sympathie voor deze aanpak en doordat het de aandacht vestigt op het centrale probleem, de Israëlische bezetting, door Sharon en de zijnen gevreesd. Uit gewelddadig verzet valt eindeloos politieke munt te slaan, geweldloos verzet is veel gevaarlijker.

Ondertussen staat Nederland erbij en kijkt er naar. Bij de veroordeling van de muur door de VN vorig jaar, heeft de EU zich onder Nederlands voorzitterschap nog voorbeeldig aangesloten  ( “eenmalig” zo meldde onze minister van Buitenlandse Zaken Bot). Nederland geeft economische steun om de Palestijnen te helpen overleven. Daarnaast doet Nederland weinig zichtbaars. Daar moet een einde aan komen. Nederland kan aan de door de EU in het vooruitzicht gestelde handelsvoordelen voor Israël in het kader van de zogeheten European Neighbourhood Policy voorwaarden stellen, overeenkomstig de Opinie van het Internationaal Gerechtshof, afbraak van de muur, naleving van de mensenrechten en beëindiging van de bezetting. Het Nederlandse publiek kan Israëlische en Palestijnse vredes- en mensenrechtenorganisaties steunen die zich vreedzaam tegen de muur en de bezetting keren, bijvoorbeeld door het broodnodig herplanten van bomen met het internationale project ‘Plant-Een-Olijfboom.nl’ en door zich over de muur te informeren op www.verbindingverbroken.nl. Maar alleen de beëindiging van de bezetting en de afbraak van de muur kunnen uiteindelijk leiden tot een situatie van blijvende rechtvaardige vrede,  en tot veiligheid voor beide volkeren.