2009 Bestand: Gaza

Gaza-bestand bevestigt noodzaak herziening Midden-Oosten beleid

Het éénzijdige bestand dat door het Israëlische kabinet is afgekondigd lijkt een forse stap in de goede richting, op weg naar beëindiging van de oorlog. Maar Schijn bedriegt. Het is vooral een bevestiging van de doodlopende weg van het Midden-Oosten beleid van de VS en Europa (Nederland voorop). Het is een Israëlisch-Amerikaans bestand, voorbereid door de overeenkomst tussen Livni en Rice afgelopen donderdag over Amerikaanse steun bij de controle op de grenzen van Gaza. Daarmee blijft het een bestand zonder de Palestijnen en zonder de Arabische landen met de Europeanen als (vooral partijdige) toeschouwer. En dat is het terugkerende patroon van de laatste decennia, maar een patroon zonder toekomstperspectief.

Het bestand zal waarschijnlijk geen einde maken aan de gevechten. Hooguit zal het ertoe leiden dat de Israëlische troepen zich zullen beperken tot reactieve operaties als antwoord op militaire acties van de Palestijnse strijders. Het zal geen of slechts restrictieve toegang tot Gaza bieden voor hulpverleners. De ervaring met buitenlandse journalisten is daar een voorbeeld van. Nadat zij via het Israëlisch hooggerechtshof toegang tot Gaza hadden afgedwongen, is er nog geen journalist Gaza in gekomen. Ook hulpverleners zullen geconfronteerd worden met belemmerende procedures en ingewikkelde permits. Dat zal ook voor hulpgoederen gelden. Er is geen enkele zekerheid dat alle noodzakelijke hulpgoederen voor de bevolking en voor de reparatie van gebouwen, waterleiding en riolering Gaza binnen mogen.

Zonder Palestijnen, zonder Arabische landen en met Europa als toeschouwer biedt dit bestand geen perspectief voor de toekomst. Daarbij speelt de politieke onwil om met Hamas te praten een centrale rol. Ik ben geen fan van Hamas. De afgelopen jaren heb ik regelmatig de regio bezocht, ben driemaal in Gaza geweest en spreek met alle partijen die ertoe doen. Ik houd niet van hun ideologie en hun neiging tot theocratie. Ik zie niets in hun keuze om met raketbeschietingen (waarvan ze zelf de ineffectiviteit goed kennen) als antwoord op de Israelische bezetting de bevolking van Gaza aan het risico van de oorlog bloot te stellen . Maar ik weet ook dat ze grote maatschappelijke steun hebben. want de Palestijnse bevolking ziet heel goed hoe de meebuig-agenda van Abbas niets heeft opgeleverd. Het Oslo-proces, de roadmap en Annapolis hebben hen geen merkbare verbetering opgeleverd, in tegendeel meer land van Palestijnse boeren heeft plaatsgemaakt voor woningen en wegen van Joodse kolonisten.

De overgrote meerrderheid onder de Palestijnse bevolking vindt dat er een regering van nationale eenheid moet komen, inclusief Hamas. Zelfs vertegenwoordigers van Palestijnse vrouwen, die weinig moeten hebben van Hamas’ opvattingen over vrouwen, vinden dat.  Terwijl de Palestijnse Autoriteit, waar de VS en Europa op inzetten, haar geloofwaardigheid steeds meer verliest, groeit die van Hamas en van diegenen die helder blijven staan voor het recht van de Palestijnen.

Ik ben ook geen fan van de Taliban en toch vind ik (en ik ben gelukkig inmiddels niet meer de enige) dat we met de Taliban moeten praten. Het gesprek met Hamas, net als met de Taliban, is overigens verre van simpel. Hamas onttrekt zich tenminste op twee elementen aan onze politieke logica. Anders dan westerse politici met een korte termijn belang (volgende verkiezingen, opiniepeilingen) en een scherp oog voor de media, heeft Hamas een lange termijn agenda. Zij denken in decennia en zijn dus ongevoelig voor de noodzaak om op korte termijn via compromissen resultaten te realiseren. En Hamas heeft vooral een regionale Arabische agenda, en is dus weinig gevoelig voor bredere internationale overwegingen en belangen.

Ook de betrokkenheid van de Arabische landen is onmisbaar voor perspectief in het Israëlisch-Palestijns conflict. Niet alleen de positie van Israel ten opzichte van de Palestijnen, maar ook die ten opzichte van de omringende Arabische landen is cruciaal. Veiligheid en bestaansrecht van Israel zijn alleen in een regionaal accoord gegarandeerd. De verdeeldheid en dus de onmacht van de Arabische wereld in het huidige conflict maken hen nog niet tot een uitgespeelde partij. Integendeel. Het Arabisch vredesplan van 2002 was en is een aanknopingspunt om te komen tot het noodzakelijke brede draagvlak.

Europa zal ook dit keer weer de rekening van de wederopbouw betalen. Dat hebben we al een keer gedaan na de Oslo-accoorden van 1993 . Maar wie nu de haven en het vliegveld van Gaza in puin ziet liggen, moet zich ernstig afvragen of we opnieuw gaan wederopbouwen voor de volgende vernietigingsronde. Een financiële bijdrage van Europa moet nu omgezet worden in een serieuze rol als vredesmakelaar, die niet op voorhand partij kiest.

Een oplossing van de crisis in Gaza is met het éénzijdige Israëlische bestand en een éénzijdig antwoord daarop van Hamas nog ver weg. De crisis in Gaza staat niet op zichzelf. Het militaire geweld van de tweede intifada in 2002-2003, de Libanon-oorlog in 2006 en de Gaza-oorlog nu vertonen een angstaanjagende frequentie. Er is alles aan gelegen te voorkomen dat we nu alweer kunnen aftellen tot de volgende militaire confrontatie. De uitzichtloze spiraal kan alleen doorbroken worden door met iedereen te praten dus ook met Hamas, door de Arabische landen aan boord te halen als eigenaars van een vredesproces en doordat Europa en VS zich als onpartijdige vredesmakelaars opwerpen.