2004 Ontwikkelingssamenwerking

Bescheiden pretenties en aansprekende resultaten

Ontwikkelingssamenwerking is uit. Althans dat zou je moeten afleiden als je kijkt naar de plaats van het onderwerp op de politieke agenda en de prioriteit die burgers geven aan onrechtvaardigheid in de wereld. En, zeggen de deskundigen, dat is ook logisch: na dertig jaar investeren en gul geven moeten we constateren dat de ellende in met name Afrika nog steeds voortduurt.

Ik geloof dat ontwikkelingssamenwerking in een klassiek voorbeeld is van te grote pretenties die vervolgens als een boemerang terugslaan op de geloofwaardigheid en effectiviteit van de sector. De grote gedrevenheid van de jaren zeventig en tachtig om wereldwijd ongelijkheid op te heffen en de wereld te verlossen van honger en armoede breken ons op. En ze versluieren het zicht op wat er wel degelijk is bereikt.

Ze breken ons op omdat het pretenties zijn die niet waar te maken zijn. Voorzover in die jaren ontwikkelingswerkers echt geloofden in die maakbare wereldsamenleving getuigen deze pretenties van naïviteit en westerse arrogantie: wij withuiden zouden, met ons geld, onze superieure techniek en kennis de problemen van armoede en ontwikkeling de wereld uit helpen.  In de loop van de jaren zij  we gaan beseffen binnen welke beperkingen we moeten opereren. De eerste beperking is dat ontwikkeling een zaak is van mensen ter plaatse en dat de echte crises in de wereld alleen door hen zelf kunnen worden opgelost. De oplossing van het conflict tussen Hutu’s en Tutsi’s in Rwanda en Burundi ligt in de eerste plaats in de handen van henzelf. Ook de ongelijkheid tussen puisant rijke Brazilianen en landloze boeren zal opgelost moeten worden door Brazilië zelf. Er is in de afgelopen dertig jaar een steeds indringender besef ontstaan dat ontwikkelingslanden zelf verantwoordelijk zijn voor de keuzen die ze maken. Als ontwikkelingsorganisaties kijken we soms machteloos toe als in Zimbabwe of Liberia het werk dat we samen met onze partners hebben opgebouwd door een gek geworden dictator of een burgeroorlog in de vernieling wordt geholpen. Het werk dat we verrichten is kwetsbaar, maar het is ook een investering voor de lange termijn. Cordaid en de andere particuliere ontwikkelingsorganisaties investeren vooral in mensen: in hun kennis en hun capaciteit om zich te organiseren en strategieën voor verandering te ontwikkelen. Dat maakt dat – ook als gebouwen en voorzieningen het loodje leggen – er basis is om opnieuw te beginnen. En ontwikkeling hangt uiteindelijk aan mensen.

De erkenning dat ons werk kwetsbaar is en dat ontwikkelingslanden zelf verantwoordelijk zijn, dwingt tot bescheiden pretenties. De Nederlandse overheid en particuliere ontwikkelingsorganisaties als Cordaid kunnen met goed geplaatste interventies processen van vrede en ontwikkeling bevorderen. De inzet van de Nederlandse regering in de burgeroorlog in Sudan en de conflicten in het Grote Meren gebied zijn daar goede voorbeelden van. Het blijven echter kwetsbare inspanningen, die alleen duurzaam worden als partijen zelf bereid zijn de weg van vrede en verzoening te blijven volgen en hun kalashnikovs op te bergen of nog liever in te leveren.

Wie accepteert dat we bescheiden moeten zijn in onze pretenties in het besef dat het door mensen en leiders ter plaatse moet gebeuren, die kan desondanks wijzen op een aantal aansprekende resultaten. Een van de eerste resultaten is dat ontwikkelingslanden er in de afgelopen dertig jaar in geslaagd zijn de bevolkingsgroei van bijna anderhalf miljard mensen op te vangen. Natuurlijk, er is sprake van een grote en nog steeds groeiende groep van armen die van minder dan 1 dollar moet rondkomen, maar we zijn erin geslaagd massale sterfte te voorkomen. Ontwikkelingslanden hebben een geweldige groei in de gemiddelde levensverwachting laten zien. Het opleidingsniveau is dramatisch gestegen: was er eind jaren zestig nog slechts een enkele universitair geschoolde in de meeste afrikaanse landen, nu is er een grote groep jongeren die universitair onderwijs geniet.

Er zijn ook resultaten op het niveau van maatschappelijke ontwikkeling en participatie, waarop Cordaid zich richt. De vrouwenemancipatie heeft een grote impuls gekregen door de gezamenlijke inzet van organisaties in noord en zuid. De ontwikkeling van micro-kredieten voor armen, waar gevestigde banken hun neus voor ophaalden, is tot stand gekomen door innocatief denken en handelen van zuidelijke en noordelijke maatschappelijke organisaties. Als het alleen aan regeringen en bedrijven had gelegen was dat niet tot stand gekomen.

Er zijn resultaten op het gebied van lobby. De inzet voor een eerlijke prijs voor koffieboeren was niet tot stand gekomen zonder de steun van noordelijke hulporganisaties. En de aankondiging van Douwe Egberts deze week dat zij ook de weg van de duurzaamheid opgaan, laat zien dat maatschappelijke druk zelfs de meest hardnekkige tegenstander in beweging kan krijgen.

De erkenning dat we bescheiden moeten zijn is ook zichtbaar in de talloze particuliere initiatieven in ons land. Het aantal stichtingen dat zich inzet voor kleine projecten (scholen, waterleiding, aids-klinieken) is niet te tellen. Maar ook daar geldt: bescheiden resultaten maken niet onbelangrijk: de betekenis van deze kleine projecten voor concrete individuen in ontwikkelingslanden die daardoor toegang krijgen tot onderwijs, tot schoon water of tot  menswaardige, terminale zorg kan nauwelijks onderschat worden.

Bij het oordelen over investering en rendement in ontwikkeling zouden we soms ook wat beter in de spiegel moeten kijken. Wie kijkt naar de extra investeringen de afgelopen twintig jaar in de GGZ en tegelijk kijkt naar de toename van het aantal mensen met psychische problemen, zou al gauw het beeld kunnen krijgen dat het weggegooid geld was en dat we er beter mee op zouden kunnen houden. Terecht doen we dat niet en wie kijkt naar de kwaliteitsontwikkeling van de geestelijke gezondheidszorg weet dat er enorme stappen voorwaarts zijn gezet.

Op alle niveau’s, overheid, medefinancieringsorganisaties en plaatselijke initiatieven worden aansprekende resultaten bereikt, voor wie oog heeft voor de reikwijdte van de pretenties van ontwikkelingssamenwerking.