2010 Aanvoerlijnen Nederlands eigenbelang

Aanvoerlijnen voor Nederlands eigenbelang

Ontwikkelingssamenwerking is aan modernisering toe. Het regeerakkoord doet echter het ergste vrezen dat door het vooropstellen van het eigenbelang we terugvallen naar de jaren vijftig, betoogt Rene Grotenhuis, directeur van ontwikkelingsorganisatie Cordaid

Rutte en Verhagen laten in het regeerakkoord zien dat ze goed hebben begrepen dat Nederland 70% van zijn welvaart in het buitenland verdient. En dat opsluiten achter de dijken betekent dat we onszelf in de voet schieten. Echter, samen met Wilders’ adagium om vooral de Nederlandse belangen te beschermen (eigen volk eerst) zijn we met dit regeerakkoord terug in koloniale verhoudingen, waar het buitenland, de rest van de wereld, vooral wordt gezien als wingewest voor onze eigen welvaart.

Dat begint al in Europa. Allereerst het terugeisen van 1 miljard Euro omdat het niet voldoet aan het criterium dat het ons iets moet opleveren en vooral meer moet opleveren dan we er zelf in investeren. Ook de constatering dat Europa niet mag groeien is consistent met de gedachte dat het ons iets moet opleveren. Want het aanhaken van Kroatië, Bosnië of Macedonië zal ons meer kosten dan het oplevert. En geen verdere overdracht van verantwoordelijkheden naar Europa. Rutte c.s. zijn veel te bang dat daar niet vanuit Nederlands, maar vanuit breder Europees belang wordt gedacht.

Voor het buitenlands beleid wordt dus het Nederlands belang in enge zin leidend. De aanvoerlijnen van energie en grondstoffen (maar niet van mensen) moeten voor onze economische motor open blijven. Dat is het belangrijkste adagium. Daarom moet het Nederlands bedrijfsleven een belangrijkere rol krijgen in ontwikkelingssamenwerking. Er moet tenslotte wat te verdienen zijn.

Het regeerakkoord is het akkoord van de nostalgie met het oog op het verleden en de rug naar de toekomst. Denken Rutte c.s. nu werkelijk dat Nederland een serieuze rol kan spelen in het buitenland zonder dat van meet af aan in te bedden in het besef dat alleen een stevig Europa in staat is tegenwicht te bieden aan de VS en de opkomende machten van China, India en Brazilië? Denken ze nu echt dat we terug kunnen keren naar koloniale tijden als het gaat om het veilig stellen van de aanvoer van olie uit Angola, koper uit Zambia en coltan uit Congo? Het is een illusie te denken dat een nieuwe generatie rustig door zal blijven gaan ons voor een appel en een ei en wat smeergeld toegang te geven tot hun natuurlijke hulpbronnen. Laat staan dat we het daarbij van de Chinezen winnen. Het is een illusie te denken dat meer ruimte voor het bedrijfsleven in ontwikkelingssamenwerking veel geld zal opleveren. Natuurlijk behoort bedrijvigheid en werkgelegenheid tot een van de  grootste uitdagingen voor ontwikkelingssamenwerking in de toekomst. En het Nederlandse bedrijfsleven kan er een rol in spelen, maar dan een dienende rol om lokaal bedrijfsleven – vooral midden en klein bedrijf, ook daar de banenmotor – te versterken. Dat kan zeker win-win uitkomsten opleveren, maar dan wel aan de goede kant beginnen en niet bij de rendementen voor het Nederlands bedrijfsleven.

Het is positief te noemen dat het regeerakkoord het WRR rapport ‘Minder pretentie, meer ambitie’ tot uitgangspunt van het OS-beleid wil maken. Daarin staan verstandige dingen over een veranderende wereldorde en over global common goods. Daarin wordt onderbouwd dat in de tegenwoordige wereld alleen gemeenschappelijk eigenbelang ons verder brengt. Het WRR rapport vraagt aandacht voor onderwerpen die in dit regeerakkoord ontbreken: verantwoorde exploitatie en beheer van grondstoffen, de belastingontwijking vanuit ontwikkelingslanden naar belastingparadijzen, het opkopen van grote stukken land in Afrika door grote internationale ondernemingen. Als het WRR rapport in zijn volle betekenis serieus wordt genomen biedt het kansen voor de noodzakelijke vernieuwing. En wordt OS binnen het beleid van het nieuwe kabinet  het Asterix en Obelix dorpje: een plaats van verzet tegen plat eigenbelang en tegen de terugkeer naar de jaren vijftig.