2006 Franciscus, leider leraar manager?

Leider leraar manager? Franciscus als uitdager van hedendaags leiderschap.

Kan een hedendaags manager nog iets met de aanpak en het (geestelijk) leiderschap van Franciscus. Zo concreet was de vraag die ik voorgelegd kreeg van de redactie, samen met de artikelen van Hans Sevenhoven en Marleen Peeters. Als algemeen directeur van Cordaid, de katholieke ontwikkelingsorganisatie die de baardenoriëntatie van het katholieke sociale denken als haar uitgangspunt heeft, is dat een lastige, maar uitdagende vraag.

Het managementdenken onder kritiek van Franciscus
Managers zijn inmiddels verdachte en gevreesde figuren geworden in onze samenleving. Er kan geen week voorbij gaan of er verschijnt wel ergens in de zaterdageditie van de dagbladen of inde weekbladen een artikel met schimpscheuten op managers. Het onderwijs en de zorg hebben er veel te veel en ze zorgen ervoor dat de mensen die het echte werk doen (de artsen, de verpleegkundigen, de leerkrachten) voortdurend in de wielen worden gereden door nieuwe procedures, nieuwe systemen, overbodige registratie. In het bedrijfsleven zijn managers slaaf geworden van aandeelhouders die vooral korte termijn winst nastreven. Voor bedrijfsmanagers zijn werknemers slechts pionnen op hun strategisch schaakspel men klanten slechts interessant voor zover ze bijdragen aan de rentabiliteit.

Er is een groeiend besef dat de wijze waarop we management tegenwoordig invullen niet langer houdbaar is. Die manier van kijken en besturen leidt ertoe dat alles en iedereen die betrokken is bij de organisatie of het bedrijf slechts een instrument wordt op weg naar een beter bedrijfsresultaat, een steviger onderhandelingspositie tegenover de zorgverzekeraar of een betere plek bij de subsidietoekenning. Bij een kritische reflectie op die ontwikkeling kan Franciscus behulpzaam zijn en van Sevenhoven reikt in zijn artikel tenminste drie kernwoorden aan.

Het eerste is de eenvoud. Franciscus weet de echte vragen van het leven te reduceren tot eenvoudige vragen. Hij is zich ervan bewust geworden dat echte wijsheid, echt inzicht in de geheimen van het leven, niet zoveel van doen heeft met geld en goederen. En hij laat zien dat de echte betekenis zit in de relatie die je als mens aangaat: met je medemens, met de wereld om je heen, met God. Hij verbindt zich met de melaatsen en legt contact met de dieren en de natuur en zoekt het contact met zijn Schepper omdat daar de essentie van het bestaan te vinden is. Dat is een lastige boodschap is een wereld waarin alles economisch wordt herleid en dus op zijn waarde wordt beoordeeld van de vraag wat het kost of wat het oplevert. En liefst uitgedrukt in harde euro’s.

Het tweede kernwoord is de praktijk. Franciscus draagt zijn broeders niets op dat hij niet eerst zelf in praktijk heeft gebracht. Hij kan pas van zijn broeders vragen om zich echt met de melaatsen te verbinden omdat hij het zelf heeft gedaan. En het afzweren van rijkdom heeft hijzelf in praktijk gebracht. Ook daarin stelt Franciscus het moderne managementdenken onder kritiek. Managen is steeds meer gebaseerd op modellen en schema’s, uitgedacht achter door externe adviesbureaus. Organisaties worden steeds meer geleid door kwaliteitssystemen of automatiseringssystemen die bepalen wat er kan en moet gebeuren. Het onderwijs laat zien dat de dagelijkse praktijk als vindplaats voor beleid en sturing ver uit het zicht is verdwenen.

Het derde kernwoord is het evangelie. Franciscus leeft vanuit een directe beleving van het verhaal van Jezus van Nazareth. De parabels zijn voor hem levensechte verhalen die je aan het denken zetten. Franciscus probeert daar direct contact mee te maken en laat zich niet van de wijs brengen door theologische constructies of filosofische redeneringen waarmee bijbelse verhalen in de loop der tijd zijn omgeven. Modern management denkt vanuit de theoretische constructies van modellen en systemen, maar laat zich eigenlijk niet inspireren door directe verhalen. Er is meer leiderschap te vinden in het verhaal van Jezus van Nazareth of in de biografie van Churchill of in het levensverhaal van Mandela dan in de management top-10 die Marleen Peeters ons beschrijft.

Hoe toepasbaar is Franciscus voor de moderne manager?
De kritiek op het moderne managementdenken in bedrijven en onderwijs en zorginstellingen lijkt breed gedeeld, maar bijt in zijn eigen staart. Want tegelijk willen we allemaal als klant zo min mogelijk betalen voor producten en willen we dat het onderwijs snel, efficiënt en effectief wordt geleverd. We zijn benieuwd naar de vergelijkingslijstjes met de cijfers van Trouw en de inspectie met de beste scholen of de beste ziekenhuizen. We vragen niet hoe een school zijn leerlingen begeleidt in die cruciale fase op weg naar volwassenheid, maar willen weten hoeveel gezakten er zijn en hoe hoog het gemiddelde eindexamencijfer was. We willen niet weten hoe een ziekenhuis omgaat met lijden en pijn, maar hoeveel operatiefouten er zijn gemaakt. We zeggen misschien wel dat we andere managers willen, maar we besluiten toch op basis van harde cijfers en kosten/baten en willen dat managers daarvoor zorgen. Daarmee lijkt het de vraag of je met Franciscus alleen iets kunt als je buiten de moderne wereld gaat staan, zoals Franciscus in zijn tijd ook deed door zijn positie en vooruitzichten als welvarend burger van Florence op te geven. Is managen met de inspiratie van Franciscus in de werkelijkheid van onze tijd onmogelijk. Het lijkt een beetje op de parabel in het evangelie waar de leerlingen vragen of het voor een rijk man eigenlijk wel mogelijk is om in het Rijk der Hemelen te komen. Jezus zegt dat het makkelijker is voor een kameel door het oog van de naald te gaan dan voor een rijke om het koninkrijk Gods binnen te gaan. Er lijkt voor een manager in de harde dagelijkse werkelijkheid even weinig perspectief om de uitgangspunten van Franciscus toe te passen. Maar gelukkig zegt Jezus zelf ‘Bij mensen is dat onmogelijk, maar niet bij God, want bij God is alles mogelijk’. Ik houd me daaraan maar vast als ik me afvraag wat de betekenis van Franciscus is voor de dagelijkse praktijk van managers.

Het principe van de eenvoud. Franciscus weet dat de essentie van het keven zit in  de relatie met mensen, de natuur en God. Voor elke manager is dat hanteerbaar. Ik hanteer in mijn organisatie het principe: hard als het om de zaak gaat, zacht als het om de persoon gaat. Ik kan mensen hard de waarheid zeggen over hun werk, over de mate waarin ze geschikt zijn om hun werk te doen, en tegelijk oog hebben voor de persoon zelf, de relatie in stand houden, zorg hebben voor haar of zijn toekomst en perspectief. En ook zonder kwezelachtig te werken, kun je jezelf voortdurend de vraag stellen hoe God een rol speelt in je keuzen, in je houding, in de waarden die je belichaam.

Het principe van de praktijk. Managers beheren tegenwoordig veel te grote eenheden om alleen maar dingen te besluiten waarvan ze zelf de praktijk hebben ervaren en getoetst. Maar ze kunnen in hun organisatie wel ervoor zorgen dat er een sterke invloed van de praktijk op beleid en besluiten. Wij hebben binnen Cordaid besloten om belangrijke delen van ons beleid te integreren in de sectoren die het werk doen. Ik ben ervan overtuigd dat zij meer dan genoeg te berde zullen brengen dat onze organisatie verder helpt. En natuurlijk hoef ik als manager niet alles wat de uitvoering voorstelt van een strik en linten te voorzien en de hemel in te prijzen. Kritische vragen blijven altijd nodig.

Het principe van het evangelie. Ik moet tot mijn schande bekennen dat ik de managementboeken top-10 niet volg en maar zelden een boek daaruit lees. Ik lees liever Coetzee of Saramago die in hun boeken de fundamentele vragen aan de orde stellen over de betekenis van het leven, de vraag naar het lijden en de worsteling van mensen op zoek naar authenticiteit. Dat boeit me meer dan weer een nieuw model dat me nog meer greep geeft op mijn organisatie.

Managers en geloven op maandag
Managers hebben steeds meer last van het ‘geloven op maandag’-syndroom Managers luisteren met steeds meer interesse (gezien het groeiende aantal studiedagen en conferenties over verdiepende en spirituele vragen) naar beschouwingen hoe hun vak er eigenlijk uit zou moeten zien. Maar op maandag moet er weer een volgende reorganisatie worden gerealiseerd, moet de winst weer omhoog of moet het rapportcijfer van de inspectie weer beter. Franciscus helpt ons om ons bewust te worden van die kloof.