2010 Bethlehem aan de Lutherse Burgwal

Bethlehem aan de Lutherse Burgwal

Kersttoespraak 14 december 2010

Zo’n bijzondere tocht zou het wel niet worden, voor Jozef en Maria vanuit Nazareth naar Bethlehem. Zo bijzonder was het ook niet, want iedereen in het land was op tocht. Iedereen moest van zijn plek om zich te laten registreren. Dat heb je zo met keizers die willen weten hoeveel mensen er in hun rijk wonen, die willen registreren wie allemaal bezit heeft, om te kijken wat hij er nog aan belastingen uitpersen kan. Zo bijzonder is dat niet.

En ja, er was een kind op komst, maar ach, ook dat is niet zo bijzonder. Ja, wel voor vader en moeder, zeker als het de eerste is, maar als je even om je heen kijkt, dan weet je dat elke dag overal op de wereld kinderen geboren worden, dus zo bijzonder is dat niet. Dat kind op komst was misschien vooral een lastige complicatie, want dat reist niet gemakkelijk. Dat reist niet makkelijk met zoveel anderen onderweg, waardoor je niet rustig je gang kunt gaan, maar voor het overige was het al met al een redelijk gewone, niet zo’n bijzondere tocht. Jozef en Maria deden gewoon hun plicht. Ze gaan op weg, want iedereen gaat op weg. Ze doen wat gedaan moet worden en het komt hooguit een beetje slecht uit, met zo’n bijna voldragen zwangerschap. En helemaal als het dan overvol blijkt te zijn, nergens plek en waarbij je in armoede maar besluit ergens buiten een slaapplek te vinden. Tot dan, is het allemaal nog een buitengewoon simpel, gewoon alledaags verhaal.

En dan ineens, draait het beeld om. Wat begonnen is als een betrekkelijke alledaagse tocht, een alledaags verhaal, krijgt ineens een heel andere dimensie. Er is stralend licht, er zijn koren van engelen, er is gezang, er zijn herders, die midden in de nacht hun kudde in de steek laten en op zoek gaan. ‘We gaan naar Bethlehem’, zeggen ze, ‘daar gebeurt iets bijzonders, daar moet je kijken. Daar gebeurt het, daar moet je zijn.’ En wat begonnen is als een doodgewoon helemaal niet bijzonder verhaal, blijkt in één keer een gebeurtenis van wereldbelang. Het alledaagse werd bijzonder, en het hemelse verbindt zich met het aardse. En al helemaal als ook de koningen zich op weg begeven om te kijken wat daar aan de hand is.

Zo bijzonder is het niet, wat de zusters Scalabrinas doen in Tegucigalpa, waar elke dag een vliegtuig met 100-120 illegalen uit Honduras terugkomt vanuit Amerika. Zo bijzonder is het niet wat ze doen. Ze zorgen dat er wat te eten is, dat voor degenen die verder het land in moeten er een buskaart ligt, en voor de enkeling die dat nog niet kan, is er een slaapplek. Ze doen het ten slotte elke dag. Het is hun gewone werk. Want elke dag komt er een vliegtuig vanuit de Verenigde Staten met illegalen die teruggestuurd zijn naar hun land.

Zo bijzonder is het niet, wat de vrouwen in Ndola doen in Zambia, die elke week 1, 2, 3 keer bij hun families langsgaan, om thuiszorg ter bieden. Een aidspatiënt in zijn laatste dagen, een paar oude mensen die met weeskleinkinderen zitten. Ze komen langs, kijken of ze wat kunnen helpen. Misschien een goed advies, misschien wat eten dat ze met elkaar kunnen delen.

Zo bijzonder is het niet, wat de Justice and Peace commissie in Sudan doet, die bezig is met de voorbereiding van een referendum van 9 januari. Ze houden een bijeenkomst in de parochies om mensen voor te lichten over het referendum: Wat betekent dat nou, burger zijn, en welke keuzes kan je maken? Het is niet zo bijzonder voor deze mensen om zoiets te organiseren, ach dat is hun gewone dagelijkse werk. Ze doen het week in, week uit.

Ik heb al die mensen in de afgelopen jaren gezien en ik weet dat veel van jullie daar verhalen aan kunnen toevoegen. Verhalen over mensen in Trincomalee in Sri Lanka, die tussen de Tamils en Singalezen bemiddelen. Verhalen over onze partners in Tarin Kowt, die in de moeilijke omstandigheden van geweld en conflict proberen gezondheidszorg te leveren. Verhalen van onze partners in Ramallah, die proberen daar in bezetting en onderdrukking toch een menswaardig bestaan op te bouwen.

Maar wij zeggen: ga kijken! Daar is waar het gebeurt, daar moet je zijn. Als engelen zijn we, die het rondbazuinen: Daar gebeurt het, daar gebeurt iets bijzonders. Wat misschien zij zelf, de mensen die het doen, als gewoon en alledaags beschouwen: elke dag dat vliegtuig, elke dag dat bezoek, elke dag dat werk. Wij zeggen: dat is bijzonder. Daar gebeurt het. Daar zijn mensen die zorgen voor elkaar. Daar zijn mensen die zorgen voor een betere wereld, daar zijn mensen bezorgd om een vreedzame toekomst. Daar zijn sterren uit het Zuiden.

Zo bijzonder is het niet, dat wat wij doen aan de Lutherse Burgwal. Elke dag weer die projecten, weer die programma’s, die rapportages die je moet beoordelen. Die terms of reference voor een evaluatie, het dagelijkse ritme met het geworstel met procedures, met systemen, met registratie, met lastige overheden of vervelende anderen die zich met je bemoeien. Zo bijzonder is het niet, zeker niet in deze dagen die, Piet zei het al bij de inleiding, een beetje donkere dagen zijn, waarin over ons beslist wordt, waarin misschien opnieuw bezuinigingen over ons worden afgeroepen. Waarmee opnieuw een signaal wordt gegeven vanuit de samenleving: Ach, misschien is het niet zo belangrijk, niet zo bijzonder wat jullie doen, misschien kan het wel met wat minder.

En dan is het goed dat er een engelenkoor is voor ons, een engelenkoor met Desmond Tutu, met Rigoberta Menchu, met Sima Samar. Bethlehem, zeggen zij, dat ligt aan de Lutherse Burgwal. Bethlehem is in Nederland. Want daar zijn mensen die zich iets van ons aantrekken. Daar zijn mensen die zorgen dat deze wereld beter wordt. Daar gebeurt iets belangrijks. Daar moet je zijn. Ach, voor ons is het gewoon werk, voor ons is het gewoon elke dag. Maar we realiseren ons niet zo vaak dat het bijzonder is, dat het belangrijk is en dat ook wij op de plek waar we staan, in alle gewoonheid die we doen, dat we uiteindelijk brengers van heil zijn, willen zijn en dat we daartoe ook geroepen worden. Natuurlijk, anderen moeten dat over ons zeggen. En ik ben blij, dat er de afgelopen tijd van die koren van engelen zijn die over óns zeggen dat wij belangrijk zijn en dat we dingen doen die ertoe doen. We hoeven niet naast onze schoenen te lopen, maar het is goed om ook vandaag dat voor onszelf eens te realiseren.

Want het kerstverhaal gaat over het verbinden van het alledaagse met het bijzondere, het verbinden van het hemelse en het aardse. Dat zijn geen gescheiden werelden. Wat begint als een gewone tocht naar Bethlehem eindigt met engelenkoren en met zang. Het kerstverhaal zegt dat het gewone bijzonder wordt, dat het gewone bijzonder blijkt te zijn.

Wij mensen zijn altijd op zoek naar dat wat belangrijk is, wat er uitspringt. En zeker in deze tijd, zo in de laatste dagen van het jaar, worden we overstelpt met lijstjes: ‘wie is de sportman/sportvrouw van het jaar’, ‘wie was de politicus van het jaar’, de Volkskrant had een overzicht van de 200 meest belangrijke mensen van dit jaar en de komende weken draaien we weer de Top 2000 aller tijden. We zijn dus op zoek naar wat belangrijk is. Kerstmis zegt ons: kijk naar het gewone, leer te zien wat daarin bijzonder is, leer te ontdekken wat heil brengt onder de gedaante van ‘gewoon je werk doen’.

De boodschap van het kerstevangelie is dat uiteindelijk voor God iedereen belangrijk is en dat niemand belangrijker is dan de ander. Al die onderscheiden die wij maken, omdat we letten op wat gewichtig en belangrijk is, het is niet datgene waar Hij naar kijkt. Dat is wat er met Kerstmis tegen ons gezegd wordt. Laten we dat verhaal tot ons nemen. Het is goed dat we dat elk jaar vertellen en het is ook goed dat we dat met elkaar delen, ook dit jaar weer. Want Bethlehem is in Tegucigalpa, Bethlehem is in Ndola, Bethlehem is ook in Tarin Kowt en Bethlehem is ook aan de Lutherse Burgwal. En het is daarom goed dat we dat aan elkaar vertellen, dat verhaal met elkaar lezen, want het is ons verhaal en ik zou zeggen: laat ons dat verhaal ook toe-eigenen. Geloof erin. Zalig Kerstfeest!