2011 De transformatieve kracht van religie

De transformatieve kracht van religie en de grenzen van de rechtenbenadering.

Met zijn inleiding laat de heer Voorhoeve opnieuw zien hoezeer hij in het huidige vaak verruwde politieke en maatschappelijke debat kiest voor zorgvuldigheid en nuance. En hij aarzelt niet het beladen thema van de relatie van samenleving en religie, of moet ik zeggen van staat en religie, aan te pakken.

Als directeur van Cordaid, een van de grotere katholieke maatschappelijke organisaties vind ik dat gesprek tussen religie en samenleving, of moet ik zeggen staat en kerk van groot belang. Ik maak me er zorgen over en die zorg wil ik in reactie op de inleiding van de heer Voorhoeve met u delen.

De verhouding tussen religie en samenleving is inmiddels een krampachtige en angstvallige relatie geworden. Het is een rechten en plichten-discussie geworden waarbij het voortdurend gaat over de vraag wie waar over gaat en waar beide partijen angstvallig kijken of de ander niet op zijn terrein komt. Het is ook een zero-sum gesprek geworden. De claim van de een wordt al gauw opgevat als ten koste van de ander. Als actief en betrokken lid van de katholieke gemeenschap zie ik dat op terreinen als homosexualiteit en euthanasie. Kerk en staat zitten elkaar voortdurend in de haren in een poging om wederzijds grensgebied te claimen en te markeren waar de ander uit weg moet blijven. De discussie over hoofddoeken en handen schudden zijn issues uit het grensconflict tussen samenleving en islam.

Daarin neemt Voorhoeve een heldere positie in: de staat is de neutrale scheidsrechter die juist in haar neutraliteit de vredestichter is in het anders onbeheersbare conflict tussen religies en ideologieën. Daarmee echter driegt de staat of de samenleving geen gesprekspartner meer te zijn van de religie maar als arbiter boven de partijen te staan.

Door die positie is de samenleving niet meer in staat gebruik te maken van de rijkdom die de religie aan de samenleving te bieden heeft. Het belang daarvan zou ik willen relateren aan het boek van de heer Voorhoeve ‘Negen plagen tegelijk: hoe overleven we de toekomst’. Mijn stelling is dat de samenleving het gesprek met de religie actief aan zou moeten zoeken omdat religie van betekenis is voor die overleving van de toekomst. Ik wijs in dat verband op drie centrale begrippen in religie, tenminste in de christelijke en islamitische religie: genade, bekering en gemeenschap. Misschien hebben we als samenleving het concept van genade wel heel erg nodig om een nieuwe manier van omgaan met de natuur te vinden. Dat religie leeft vanuit genade, vanuit het besef dat ons het leven en deze aarde gegeven is, zou wel eens een belangrijke component kunnen zijn om een aantal van die plagen aan te vatten. Dat religie een voortdurende oproep is tot bekering, tot inkeer, tot verandering, zou wel eens een belangrijke bijdrage kunnen zijn aan de terechte oproep tot verandering, een andere stijl van leven die Voorhoeve doet in zijn boek. En dat religie, althans de christelijke die gecentreerd is rond eucharistie en avondmaal, leeft vanuit gemeenschap is van het grootste belang in een samenleving die alsmaar verder fragmentariseert en individualiseert en waarin het oog hebben voor de ander kwijnende is.

Omdat het gesprek van samenleving en religie een gesprek over grensconflicten is geworden met de vraag wie wat mag opleggen aan wie, is het gesprek over de bijdrage van religie aan de oplossing van de uitdagingen van de negen plagen van de toekomst gestokt. En dat is jammer.

Overigens, ook de religies hebben zich in die grensconflicten vastgebeten en het is mijn overtuiging dat een aanzienlijk deel van de afkalving van de kerken komt omdat gelovige kerkleden niet geïnteresseerd zijn in de grensconflicten. Zij willen een kerk zien die bezieling biedt, die vanuit spiritualiteit richting geeft aan het leven in de huidige samenleving. De groei van de evangelicale kerken en van de new-age beweging komt misschien wel voor een belangrijk deel omdat deze bewegingen zich juist niet in die grensconflicten mengen.

Tot slot kom ik op een meer fundamentele vraag naar de rechtenbenadering, maar ik stel hem met enige schroom omdat ik weet dat ik me op glad ijs begeef. Laat ik het als een opern vraag formuleren die nog flink wat reflectie en discussie nodig heeft, maar die we wel moeten stellen: is voor onze westerse samenleving de rechtenbenadering niet een groot obstakel aan het worden is voor de noodzakelijke verandering. Nu rechten heilig zijn en de stap van de rechtsstaat naar de recht-op samenleving klein is gebleken, dreigt een verlamming van ons vermogen tot verandering. Wie dezer dagen kijkt naar Griekenland ziet een samenleving die weigert te accepteren dat de opgebouwde rechten van de afgelopen vijftien jaar ter discussie staan. Maar ook ons pensioendebat verloopt uiterst moeizaam omdat overheid en sociale partners nauwelijks nog in staat iets te doen aan de beleving van mensen dat hun rechten heilig zijn en hun recht-op onaantastbaar is geworden. En als het ons jaren praten kost om in 2020 één jaar toe te voegen aan onze pensioenleeftijd, hoe denken we dan de enorme uitdagingen van de toekomst die Voorhoeve in zijn boek beschrijft, aan te pakken.

De rechtsstaat en de recht-op samenleving lijken daar in hun eigen staart te bijten en het instrument van het recht om de samenleving te veranderen zou wel eens veel beperkter kunnen zijn dan politici en juristen zouden willen.

Het moge duidelijk zijn dat ik daarin geloof. Ik geloof dat religies opnieuw een belangrijke transformatieve rol kunnen spelen in een wereld die aan de vooravond staat van ingrijpende veranderingen. De negen plagen van Voorhoeve getuigen daarvan. Of het nu gaat over klimaat of grondstoffen of rechtvaardige verdeling, genade, bekering en community kunnen behulpzaam zijn. Dat vraagt wel dat zowel samenleving als religie zich terugtrekken uit een cultuur van grensconflicten en zero – sum spelletjes waarin het gaat omeigen domein vergroten ten koste van de ander.