2013 Boodschap voor Peres

Een boodschap voor president Peres

De Israëlische president Shimon Peres brengt van 29 september tot en met 2 oktober een officieel bezoek aan Nederland. De VS proberen het vredesproces tussen Israël en Palestijnen weer op gang te krijgen. Een vredesproces gaat gepaard met geven en nemen, door alle partijen, maar in dit geval zijn het de Palestijnse burgers die de hoge prijs hebben betaald voor het falen van Oslo. Een boodschap voor president Peres door voorzitter René Grotenhuis van United Civilians for Peace.

Het is 20 jaar geleden dat de Oslo Akkoorden werden getekend. Daarin werd de basis gelegd voor een tweestaten-oplossing. Palestina zou als onafhankelijke staat op de Westelijke Jordaanoever en de Gazastrook worden gevestigd. Naast Israël. Sinds  die tijd zijn er zeker een half miljoen Israëlische kolonisten in nederzettingen op de bezette Westelijke Jordaanoever bijgekomen. Dat was 262.000 toen. Israël controleert 80% van de Palestijnse waterbronnen. De bezetting gaat gepaard met de afbraak van Palestijnse huizen, gedwongen verplaatsingen, geweld van kolonisten tegen de Palestijnen, fysieke barrières en inbeslagname vruchtbare landbouwgrond. Tienduizenden olijfbomen zijn vernietigd. Meer dan 15.000 Palestijnse huizen zijn inmiddels platgewalst door de Israëlische bezettingsmacht. Het gaat om woningen van Palestijnse families, hun watersystemen en landbouwinfrastructuur. Nog eens 4.500 vernielingsorders staan op de rol. Tegelijkertijd met het bericht over de nieuwe vredesonderhandelingen keurde de Israëlische regering de bouw van 3.600 nieuwe nederzettingen  goed en vernielde nog eens 36 Palestijnse gebouwen. Dit is geen constructieve houding om het in het slop geraakte vredesproces weer nieuw leven in te blazen.

In 2012 onderstreepte de EU dat ze alles zou doen om de leefbaarheid van een toekomstige tweestaten-oplossing te behouden. Desondanks is het schrikbarend stil in vele Europese hoofdsteden om de daad bij het woord te voegen als Israël nieuwe nederzettingen aankondigt, Palestijnse infrastructuur vernielt of Palestijnse gezinnen gedwongen worden zich te verplaatsen. Minister Timmermans maakte een paar openingen in het Midden-Oostenbeleid van Nederland. Eén van die beloften is het strikt handhaven van transparantie over de herkomst van producten. Nog steeds worden producten uit de nederzettingen voorzien van het etiket ‘ Made in Israel’. Daarmee worden bewust consumerende burgers misleid en profiteren Israëlische bedrijven in de nederzettingen ten onrechte van handelsvoordelen met de EU. “Het is doodsimpel, de nederzettingen liggen niet in Israël”, meldde de minister volkomen terecht in de Tweede Kamer. Het afdwingen van een juiste etikettering is niet meer dan een eerste simpele daad. Handhaaf de wet. Dat is tot nu toe nog niet gebeurd. De minister kan de Israëlische president uitleggen dat producten uit Israël zelf graag geïmporteerd worden, maar producten van de bezetting niet. Daarom zou steun door de regering aan de bedrijven Aldi, Hoogvliet en Jumbo die reeds aankondigden zich strikt aan het internationaal recht te houden en geen producten uit de nederzettingen te verkopen een belangrijke stap voorwaarts zijn.

Het ingenieursbedrijf Royal HaskoningDHV heeft besloten niet te zullen deelnemen aan een waterzuiveringsproject op de bezette Westelijke Jordaanoever. Haskoning meldt dat het tot die beslissing is gekomen omdat het project tegen het internationaal recht in gaat. Alle bij de Israëlische bezetting betrokken bedrijven moeten een voorbeeld nemen aan het besluit van Royal HaskoningDHV en afzien van investeringen en werkzaamheden in de bezette gebieden. Ook deze boodschap moet minister Timmermans aan de Israëlische president overbrengen.

In 1993 waren de verwachtingen hooggespannen. Als we de balans opmaken van 20 jaar Oslo zijn het veel gebroken beloftes. De EU en de lidstaten moeten hun verplichtingen onder het internationaal recht nu naleven. En bovenal geldt dat ook voor Israël, juist ook in het belang van haar eigen toekomst, die staat of valt met duurzame vrede in de regio. Dat moet de boodschap aan president Peres zijn.