2013 Nederzettingen zijn illegaal, dus de producten ervan ook

Het is doodsimpel, de nederzettingen zijn illegaal, de producten ervan dus ook.

Op 18 en 19 juni (onder voorbehoud) brengt minister Timmermans een bezoek aan Israël en Palestijns gebied. De minister neemt zich om de betrekkingen met Palestijnse Autoriteit op een hoger niveau te brengen dan tot nu toe het geval was. De officiële relatie met Israël blijft onverminderd goed. UCP voorzitter Grotenhuis doet een suggestie hoe meer balans te brengen in de relaties tot Israel en de Palestijnse Autoriteit.

De bezetting van Palestijnse gebieden lijkt eindeloos en duurt in ieder geval al bijna 46 jaar. Het uitzicht op verbetering is niet heel groot, hoewel het bemoedigend is dat de Amerikaanse regering een poging doet de vermaledijde vredesonderhandelingen te herstarten. De inzet ervan is de tweestaten-oplossing. Later dit jaar zal duidelijk worden of deze poging enige kans maakt. Minister Timmermans heeft laten blijken in te zien dat de voortgaande Israëlische bouw van nederzettingen spoedig een point of no return kan bereiken. Ook wil hij transparantie over de invoer van producten uit de nederzettingen. “Het is doodsimpel, de nederzettingen liggen niet in Israel”, meldde de minister volkomen terecht in de Tweede Kamer.

United Civilians for Peace juicht zowel een aanstaand etiketteringbesluit als de verbetering van de betrekkingen met de PA van harte toe. Maar het vermelden van de juiste herkomst van de producten is onvoldoende. Het probleem van de nederzettingen is niet alleen dat deze niet in Israël liggen, maar dat ze onder het internationaal recht illegaal zijn. Niet slechts het consumentenrecht, maar het internationaal recht moet op de bezettingseconomie worden toegepast. Een belangrijk principe in het internationaal recht is dat “uit onrecht geen recht voort kan komen”. Toepassing van dat principe leidt er toe dat, als de nederzettingen illegaal zijn, het verdienen aan de nederzettingen eveneens illegaal is. Dat zou moeten leiden tot een verbod op invoer, investeringen en handel met de nederzettingen en andere aspecten van de bezettingseconomie. Recent onderzoek toont aan dat zeker 18 Israëlische bedrijven producten uit de nederzettingen invoeren en dat 38 Nederlandse bedrijven zaken doen met de Israëlische bezettingseconomie.

We vragen directies van deze bedrijven zich bewust te zijn van het internationaal recht en daar naar te handelen. Producten uit de nederzettingen horen niet thuis in de Nederlandse winkels, ook niet als er een etiket opzit dat deze geproduceerd zijn in Israëlische nederzettingen in bezet Palestijns gebied. En wees nu eerlijk, met een dergelijk etiket wil toch geen bedrijf producten in zijn schappen hebben liggen. Evenmin horen investeringen in nederzettingen thuis in de aandelenpakketten van Nederlandse banken en investeringsmaatschappijen.

We vragen de minister te handelen naar het internationaal recht. Nederland is volgens artikel 90 van de grondwet daartoe gehouden. Hij zal Israëlische collega’s moeten uitleggen dat producten uit Israel zelf graag geïmporteerd worden, maar producten van de bezetting niet. Het is inderdaad doodsimpel.