2013 Europa moet weer missionair worden

Europa moet weer missionair worden

Lang dachten we dat de rest van de wereld zich zou voegen in het patroon van onze Westerse cultuur, waarden en politiek systeem. We vonden het ook vanzelfsprekend. Die tijd is voorbij nu de rest van de wereld, China, India en Brazilië voorop, zelfbewust het wereldtoneel betreedt. Niet alleen economisch, ook politiek en cultureel. Als Europa gelooft in haar eigen waarden, zal ze die actief moeten uitdragen. Daarbij kunnen zij leren van de werkwijze van missionarissen, zegt René Grotenhuis, scheidend directeur van katholieke ontwikkelingshulporganisatie Cordaid.

Een veranderende wereld
Nu pas, vijftig jaar na de onafhankelijkheid van een groot aantal Afrikaanse landen, lijkt het proces van dekolonisatie echt en definitief ingezet. Het kolonialisme was doortrokken van een opvoedings- en beschavingsideaal: wij zouden de onbeschaafde volkeren beschaving en cultuur brengen. Wij zouden hun leren hoe zich te gedragen en hoe te handelen als moderne, verlichte volkeren.

De postkoloniale agenda was in essentie niet veel anders, zij het verpakt in andere terminologie en met andere instrumenten. De val van de Berlijnse muur en het euforische ‘end of history’-gevoel dat daar bij hoorde, versterkten die tendens. De superioriteit van de liberale democratie en het kapitalistisch economisch systeem was onontkoombaar. Het was niet de vraag, waar ontwikkelingslanden uiteindelijk zouden uitkomen, maar slechts wanneer ze zich zouden voegen in dat politieke en economische systeem.

Nu, met de opkomst van de nieuwe economieën en een financieel-economische crisis verder, ziet het landschap er volstrekt anders uit. India, China en Brazilië zijn serieus te nemen spelers op het wereldtoneel, niet alleen economisch, maar ook politiek. Azië is een continent van zelfbewuste landen dat weet dat de komende eeuw haar eeuw zou kunnen worden. Afrika is het continent van de hoop, dat verwachtingsvol naar de toekomst kijkt en weet dat het goud in handen heeft met zijn demografisch dividend van een jonge en dynamische bevolking en zijn enorme voorraden aan grondstoffen. Afrikaanse leiders zijn meer geïnteresseerd in het autocratisch kapitalisme van China dan in de kwakkelende en besluiteloze liberale democratie van Europa en de VS.

In deze grondig veranderende wereld staat de verhouding van het westen en ontwikkelingslanden onder druk. Ontwikkelingslanden gaan werkelijk hun eigen weg en maken politiek, economisch en sociaal eigen keuzen. Zij lijken hierin niet geremd door het feit dat ze nog in flinke mate afhankelijkheid zijn van donoren. Het is niet meer vanzelfsprekend dat wij de standaard zetten voor de toekomst en onze voorwaarden voor ontwikkelingshulp gaan langzamerhand hun effectiviteit verliezen.

En dit zal niet afnemen, nu een groeiend aantal landen in Azië en Afrika de komende decennia de status van middeninkomensland zal bereiken. En net als India zullen zij geen ontwikkelingshulp meer willen. Deze opkomende landen zullen zelf kiezen voor een heel andere strategie in hun relatie met de armste landen, gebaseerd op een vorm van staatskapitalisme en handelsuitwisseling.

Universaliteitsbeginsel staat onder druk
Als Westerse landen hebben we lang gekoerst op het begrip universaliteit als leidend principe voor ontwikkeling. Ons sociaal, politiek en economisch systeem zou als universeel systeem gaan gelden en wij zijn de architecten en beheerders (intellectueel eigendom) van dat systeem. Geruggensteund door de universele verklaring van de rechten van de mens, was universaliteit de hoeksteen van onze kijk op de wereld en van onze aanspraak op onze normstellende rol. Dat legitimeerde ons ook om voorwaarden te stellen aan hulp en om andere landen de les te lezen over hun gebrek aan democratie, hun gebrek aan respect voor mensenrechten, hun oneerlijk economisch systeem zonder level playing field.

In toenemende mate moeten we constateren dat die rol steeds minder wordt geaccepteerd in de rest van de wereld. Wat vroeger vanzelfsprekend werd gezien als ‘playing by the rules’ wordt door steeds meer landen gezien als ‘playing by our rules’ en ze zijn niet meer van plan zich daaraan te houden. Het besluit van het Keniase parlement om zich terug te trekken uit het Internationaal Strafhof kunnen we misplaatst vinden; het is een uiting van een nieuwe politieke cultuur waarin steeds vaker universele verklaringen en verdragen worden gezien als de facto producten van de westerse politieke cultuur.

De universaliteit van ons liberaal kapitalistische model staat onder druk. Dat is de diepere achtergrond van de uitdaging van internationale samenwerking en ontwikkelingshulp.

Onderliggende waarden blijven universeel
Tegelijkertijd zijn democratie, transparantie en mensenrechten als waarden universeel en winnen ze door sociale media en een steeds verder globaliserende wereld aan populariteit. Mijn bezoeken aan Afghanistan hebben me geleerd dat heel veel vrouwen in Afghanistan snakken naar het doorbreken van hun gesloten wereld. De mannen en vrouwen van Malawi willen zeggenschap hebben over de politiek van hun dorp, hun land. Homo’s en lesbiennes in Uganda laten zich niet langer de mond snoeren ondanks alle intimidaties.

Het gaat dus goed met de inhoudelijke waarden die de grondslag vormen van universaliteit. Het gaat alleen niet goed met onze zelfbenoemde rol als normstellers en bewakers daarvan. De vormgeving zal niet langer universeel zijn.  De globale wereld is ook geen uniforme wereld, waarin culturen en politieke systemen en vormgeving van mensenrechten overal op dezelfde wijze zal plaatsvinden. Vrouwenrechten zullen in Afghanistan nou eenmaal niet dezelfde vormgeving hebben als in Nederland en democratie zal in China niet dezelfde gedaante aannemen als bij ons.

Onze toekomstig ligt daarom in een nieuwe missionaire rol, waarin we onze identiteit, onze geschiedenis en de daaruit gegroeide opvattingen over de inrichting van de samenleving trachten te slijten aan de wereld. Het is niet een vooraf, aan ons sociale economisch en politieke systeem ontleende gegeven wereldidentiteit, die nog slechts overgenomen moet worden door hardleerse en achterblijvende culturen elders.

Een nieuwe, missionaire rol
Opnieuw missionair zijn vraagt ten minste drie kwaliteiten, die ik ontleen aan de missionaire traditie uit de negentiende en de eerste helft van de twintigste eeuw. . De eerste is langdurige verbondenheid. De kracht van de missionarissen die in de negentiende eeuw vanuit Europa naar Afrika, Azië en Latijns Amerika vertrokken was hun compromisloze verbinding. Diep in de rimboe deelden ze het leven van mensen daar. Ze hadden een boodschap, maar die begon met het delen van het leven en velen ook het sterven. We zullen niet succesvol zijn met onze boodschap door in en uit te vliegen of als ex-pats in onze afgeschermde compounds te leven.

De tweede is luisteren. Missionarissen waren succesvol omdat ze zich verdiepten in het leven en de religiositeit van de lokale bevolking en daar de aanknopingspunten zochten voor hun verkondiging.

De derde is bereidheid om zelf te veranderen. Het christendom in Afrika, Azië en Latijns Amerika heeft zich vermengd met lokale religieuze tradities, heeft daar elementen van overgenomen. Het christendom is erdoor verrijkt en verdiept.

In een nieuw missionair elan leggen Het is onze identiteit die we zelfbewust onze identiteit op tafel leggen in het globale gesprek van culturen en samenlevingen omdat we geloven dat we iets te brengen hebben dat ook voor de rest van de wereld waardevol is. Maar de waarde van onze bijdrage zal alleen wortel schieten als we ermee de boer opgaan en het met verve en overtuiging uitdragen. Dat zal alleen succesvol zijn als we ons echt verbinden en En als we bereid zijn te luisteren en te leren van wat de Chinese cultuur van de harmonieuze samenleving, de Ubuntu-cultuur van Afrika en de Umma-cultuur van de Islam of de Buen vivir cultuur van Latijns-Amerika ons te zeggen heeft. Van dat gesprek is niemand uitgesloten.

Het is het gesprek van burgers, van maatschappelijke organisaties, van bedrijven, van religies, van migranten. Rondom dat gesprek is regelmatig druk nodig, van binnenuit vooral, regelmatig gesteund door mensen en organisaties van buitenaf. Het is geen gesprek van overheden met hulpvoorwaarden en verdragen in de hand en het gesprek heeft geen vooraf bepaalde uitkomst, hoe graag we dat misschien ook zouden willen.

Het alternatief is dat we ons opsluiten in de ivoren toren van het eigen gelijk, overtuigd van onze superioriteit en gekwetst omdat de rest van de wereld dat niet wil zien. Een veranderende wereld vraagt om een nieuw missionair engagement van Europa. De erfenis van Aristoteles en Plato, van Jezus Christus en William Shakespeare, van Hugo de Groot en Emmanuel Kant verdient het.