2015 Missie-procuratoren dag

Missie in het licht van de toekomst.

Inleiding op de missie-procuratoren dag, 30 januari 2015

Een paar jaar geleden zag ik het stuk ‘Missie’ van David  van Reybrouck, schrijver van het boek Congo. Het is een monoloog van een Belgische missionaris die na een lange periode in Congo, terugkeert naar België. De man verbaast zich over het België dat hij aantreft, hij kan er maar moeilijk verbinding mee maken: een andere wereld. Wat mij in het stuk bijzonder trof was de tegenstelling tussen zijn trouw aan de keuze die hij gemaakt had als missionaris en aan de mensen met wie hij zich verbonden had en de wijze waarop zijn Belgische familie en vrienden hun keuzen voor opportunistisch  maakten: wat het beste uitkwam, het soepelst ging, de beste vooruitzichten bood. In  mijn tien jaar bij Cordaid heb ik steeds meer eerbied gekregen voor het beeld van de missionaris. Hij doet geen project, geen opdracht voor de duur dat er financiering is, hij verbindt zich op ongenade en genade met de mensen voor wie hij gekozen heeft, met wie hij lief en leed deelt in vaak moeilijke omstandigheden zonder veel perspectief.

We spreken vandaag over missie en ik was nogal blij met de titel van het programma van deze bijeenkomst: missie in het licht van de toekomst. Ik was wat minder blij toen ik vervolgens de titel van mijn inleiding zag: de toekomst van de missie.

Ach, zult U denken, dat is toch ongeveer hetzelfde. Toch zal ik u proberen duidelijk te maken wat het verschil is en hoe belangrijk dat is. De toekomst van de missie veronderstelt dat er iets is, missie, dat we kennen, waarvan we weten wat het is en waar het over gaat en waarvan we ons afvragen wat daarvan de toekomst is. Dat is zoals vaak over missie wordt gesproken: we kennen het, we hebben het anderhalve eeuw met hartstocht en volle inzet gedaan en we vragen ons vandaag af of het toekomst heeft en  hoe die toekomst eruit ziet: wat moeten we doen, veranderen, aanpassen om die missie geschikt te maken voor de toekomst.

Missie in het licht van de toekomst verschuift het perspectief. Het vraagt zich niet af hoe we datgene wat we in het verleden hebben gedaan een toekomst kunnen bezorgen, maar het laat het licht van de toekomst schijnen over missie, het nodigt de toekomst uit ons te vertellen wat missie eigenlijk betekent.

Ik zal het niet hebben over de toekomst van de missie. Verwacht geen poging om de toekomst daarvan veilig te stellen. Verwacht ook geen verdediging van ontwikkelingssamenwerking, die geseculariseerde opvolger van de missie die flink onder druk staat. Ik zal proberen iets te zeggen over missie in het licht van de toekomst. Is er nog behoefte baan? En zo ja, hoe ziet die missie er dan uit en hoe moeten we die dan realiseren.

Laat ik beginnen, dan weet u dat vast, met te zeggen dat er geen twijfel kan zijn dat missie een fundamentele opdracht is die ons is gegeven. De zending van de leerlingen door Jezus van Nazareth is geen facultatieve opgave die we wel of niet kunnen doen. De realiteit van een wereld die gevangen zit, die zich nog niet ontworsteld heeft aan de macht van zonde en dood, betekent dat de zendingsopdracht die aan de leerlingen wordt gegeven ook nog steeds voor ons geldt. De bevrijdende boodschap van Jezus van Nazareth heeft nog niets aan betekenis ingeboet. Ik kom uitgebreid terug op de vraag  wat het licht van de toekomst ons zegt over de invulling van die missie?

Maar, opdat u begrijpt waarom ik niet over de toekomst van de missie, zoals we die kennen, zal spreken, toch nog even een blik op het verleden: de missie van de afgelopen anderhalve eeuw heeft haar vorm en inhoud ontleend aan de context van een dominante koloniale presentie van de westerse christelijke wereld. Ik zeg ik niet dat de missie werktuig was van het kolonialisme. Talloze mannelijke en vrouwelijke missionarissen hebben in hun compromisloze toewijding aan de lokale bevolking ondubbelzinnig afstand genomen van de militaire en economische macht van de koloniale heersers. Dat bij de onafhankelijkheid die vertegenwoordigers vn de economische en militaire macht allemaal het land uit zijn gezet, maar verreweg de meeste missionarissen mochten blijven, is in dat verband veelzeggend: voor de bevolking waren ze niet onlosmakelijk met de koloniale macht verbonden.

En toch is de missie van de afgelopen honderd vijftig jaar niet los te zien van die koloniale overheersing van het christelijke Westen en van het beeld van onwetenden elders in de wereld die door ons, wetenden, tot kennis, inzicht en bekering moesten worden gebracht. Die wereld bestaat niet meer en daarom is de missie zoals die in die wereld vorm heeft gekregen, ten einde gekomen. Dat vaststellen is belangrijk: het schept ruimte om opnieuw na te denken over missie in het licht van de toekomst. We hoeven niet krampachtig te proberen de missie zoals we die kenden een toekomst te geven.

Vanwege dat veranderde wereldbeeld is de  keuze van Paus Franciscus ook zo belangrijk en voor mij een teken dat de Heilige Geest de kerk een nieuw perspectief heeft geopend. Op het moment dat we noodzakelijkerwijs ons West-Europese perspectief als leidend perspectief moeten loslaten, verlicht de Geest het college van kardinalen om een niet-Europese paus te kiezen. Met hem wordt de kerk veel meer een wereldkerk dan ze onder zijn voorgangers ie geweest.  Zijn pausschap geeft ons de ruimte om een benauwd Europees perspectief los te laten en opnieuw te kijken naar wie we zijn en dat ons in  de wereld, in het licht van de toekomst, te doen staat.

Dat het tijdperk van die missie als historische bepaald beweging ten einde is, betekent ook dat het concept van de omgekeerde missie een kansloos concept is. In sommige kringen van de katholieke kerk wordt dat concept omarmd. Sommige bisschoppen menen dat onze goddeloze en van geloof en kerk afgedreven Westerse samenleving met behulp van Filipijnse, Venezolaanse en Poolse missionarissen dezelfde missionaire beweging moet ondergaan die wij in het verleden in Afrika, Azië en Latijns-Amerika hebben teweeg gebracht. Zoals wij het vroeger bij hen deden, moeten zij het nu bij ons doen. Het is hoogstens de oplossing van een capaciteitsprobleem van de kerkelijke organisatie. De retoriek  van missie is niet meer dan een vlag die de lading moet dekken. Het is een kansloos concept omdat het niet inziet dat de omgekeerde missie ontleend wordt aan een concept van missie dat alleen kon bestaan bij de gratie van de toenmalige wereldorde.

Als we het over de missie in het licht van de toekomst hebben, spreken we dus over iets anders dan wat we in de afgelopen honderd en vijftig jaar hebben gedaan. Losgemaakt van het wereldbeeld van wetenden en onwetenden, van Noord en Zuid, ontstaat nieuwe ruimte voor reflectie over missie, wat en hoe: wat hebben we aan boodschap te brengen en hoe doen we dat.

Is er nog behoefte aan missie?
Voordat we ingaan op de vraag wat de missie in het licht van de toekomst is,  toch eerst die onontkoombare vraag of er eigenlijk nog wel behoefte is aan missie? Wie zit er nog te wachten op een christelijk missionaire inzet? De landen van Afrika, Azië en Latijns-Amerika ontwikkelen een steeds zelfbewustere houding op het wereldtoneel. Ze laten zich niet meer door ons de les lezen en terzijde schuiven.

Maar niet alleen de geopolitieke verhoudingen zijn veranderd. We kijken, met dank aan het Tweede Vaticaans Concilie,  anders naar de andere godsdiensten. We erkennen hun betekenis en waarden en zijn aarzelend als het gaat om bekeringsijver: wie zijn wij dat wij mensen uit hun bestaande overtuigingen moeten zien los te maken om zich aan ons geloof te binden. Hoewel de twee voorgaande pausen, Johannes Paulus II en Benedictus XVI niets moesten hebben van relativisme, waren ze zorgvuldig in hun formuleringen als het ging om bekeringsijver. Respect voor de overtuiging van anderen maakt onzeker over de gerechtvaardigheid en relevantie van missionaire inzet.

Zijn missie en bekering onbruikbare concepten geworden in een globaliserende wereld, waarin diversiteit en respect voor diversiteit centraal zijn komen te staan? Is er nog wel plaats voor de arrogantie die onvermijdelijk met missie verbonden lijkt: wij weten het beter, wij vertellen u hoe u echt gelukkig kunt worden.

Die vraag kunnen we niet beter beantwoorden dan te luisteren naar de Schrift, Lucas 4, waar Jezus in de synagoge van Nazareth de boekrol van Jesaja opent en zegt: ‘De Geest des Heren is over mij gekomen, omdat Hij mij gezalfd heeft. Hij heeft mij gezonden om aan armen de Blijde Boodschap te brengen, aan gevangen hun vrijlating bekend te maken, en aan blinden dat zij zullen zien; om verdrukten te laten gaan in vrijheid, om een genadejaar af te kondigen van de Heer’.  Het gaat over de zending en de boodschap van Jezus en het is die boodschap die hij ook doorgeeft aan zijn leerlingen en aan ons. Bevrijding, vrijlating, inzicht, genadejaar: dat zijn de kernwoorden. Is die missie wel zo ongeveer af, is de klus geklaard? We zouden onze zending inderdaad kunnen laten rusten als we zouden kunnen vaststellen dat er geen behoefte meer aan is.

Ik geloof dat er weinigen zullen zijn die dat zullen beamen. Het Rijk der Hemelen is nog niet voltooid. Die bevrijding, dat inzicht is er nog niet, het genadejaar van God is nog niet gerealiseerd. We zijn nog niet klaar.

Daarom blijft de vraag naar missie in het licht van de toekomst een relevante, dringende vraag. Niet meer gebaseerd op de pretentie dat wij wetenden zij en anderen onwetenden. Missie zonder dominantie en arrogantie, maar wel degelijk zending omwille van een nog niet voltooide boodschap.

Wat hebben we aan boodschap te brengen?
Nu de vraag naar wel of geen missie met ‘ja’ is beantwoord, blijft de vraag naar het wat en het hoe. Ik zal daar nu, in het tweede deel van mijn inleiding op ingaan.

De vraag naar lijden en kwaad
De christelijke boodschap heeft haar fundament in de kruis. In het gebeuren van Goede Vrijdag, dat in eerste instantie gezien kon worden als de definitieve bezegeling van de overwinning van het kwaad werd op Pasen de bevrijdende overwinning van het leven en van Gods gerechtigheid en barmhartigheid zichtbaar. Onze christelijke boodschap gaat over een God die aan het kruis hangt en ten onder gaat.

We zijn er in opvoeding en katechese als vanzelfsprekend mee vertrouwd, we zijn er groot mee geworden, maar het kan niet genoeg benadrukt worden hoe bizar en bijzonder die boodschap is. In geen godsdienst bij mijn weten heeft God zich zo nadrukkelijk geïdentificeerd met het lijden. Andere religies hebben juist dat onacceptabel gevonden, onverdraaglijk: een God die aan het kruis hangt is onverenigbaar met het wezen van God. Voor ons christenen heeft God de onophoudelijk klemmende vraag naar de betekenis van het lijden zo serieus genomen dat hij er alleen antwoord op kon geven door erin te gaan staan en er volledig aan ten onder te gaan.

Missie gaat over de bevrijdende boodschap van God die het lijden en de dood volstrekt serieus neemt en daarmee de confrontatie aangaat.

Dat is volgens mij ook de boodschap die paus Franciscus uitdraagt, als hij bij Lampedusa een krans in zee gooit voor de vluchtelingen die verdronken zijn in de Middellandse Zee. Het gaat hem erom dat zij ons verbinden met het lijden van deze vluchtelingen. Toen een meisje op de Filippijnen in huilen uitbarstte bij haar verhaal over kindermisbruik en zich afvroeg hoe God dat kon toelaten, zei Franciscus dat we misschien eerst moeten leren te huilen met deze uitgebuite straatkinderen voordat we ook maar een begin kunnen maken met het zoeken van een antwoord. In beide gevallen maakte hij duidelijk dat de boodschap begint met in het lijden van anderen te gaan staan. Het kruis is de kern van de boodschap.

Het belang van die kernboodschap in het licht van de toekomst kan niet zwaar genoeg geschat worden. De toekomst zal alsmaar meer proberen lijden en dood te ontkennen en de nadruk leggen op vitaal zijn, jong, gezond, veilig. De werkelijkheid van lijden en dood zal steeds verder gepresenteerd worden als vervelende bijkomstigheden, als kleine vlekjes in ons bestaan die we even moeten wegwerken. Het is niet echt serieus.

Ook voor het kwaad is geen ruimte: Benno L, Volkert van der G, Michelle Dutroux willen we het liefst uit de samenleving bannen om het kwaad tenminste voor het oog als niet-bestaand te beschouwen. Om de schijn op te houden dat we in een goed georganiseerde samenleving leven, waarin alles onder controle is.

Daarin heeft het christendom een ongelooflijk belangrijke boodschap dat we het lijden en het kwaad, hoe verschrikkelijk en bizar ook, aanvaarden en serieus nemen en weten dat ons antwoord niet ligt in  vermijden of uitbanning, maar door erin te gaan staan en er doorheen te leven.

Breken en Delen: het Laatste avondmaal
Er is een tweede boodschap van ons christelijk geloof die in het licht van de toekomst alleszins relevant is. Die vindt zijn grond in dat andere constituerende moment van ons geloof: het Laatste Avondmaal. Wij christenen geloven dat we mensen zijn die rondom de tafel, in breken en delen, hun bestemming vinden. De toekomst die op ons af komt lijkt meer en meer individualistisch te worden. Individuele welvaart en welzijn lijken de maatstaf te worden. Op collectief niveau is de boodschap van het ‘eigen volk eerst’ de vertaling van collectief individualisme waarbij geen rekening wordt gehouden met de ander. Die groeiende trend van individualisering wordt netjes verpakt: onder het motto van ‘maatwerk’ wordt in feite een boodschap van individualiteit verkocht die ons los maakt van elkaar en die onze verantwoordelijkheid voor elkaar ondergraaft. Dan worden lijden en gebrek ook het gevolg van individuele fouten en verkeerde keuzen en is ‘eigen schuld dikke bult’ de dooddoener voor wie het niet redt.

Dat proces van individualisering is niet uitsluitend zichtbaar in de landen van het Westen. Ook in Afrika, Azië en Latijns Amerika is er sprake van erosie van vanzelfsprekende gemeenschappelijkheid en gedeelde verantwoordelijkheid.

Gelijkheid voor God
Tot slot een derde centrale boodschap die we als Christenen met het oog op de toekomst mogen en moeten uitdragen. Ik zou die willen omschrijven als ‘gelijkheid voor God’.  Kern van ons geloof is dat we in de ogen van God allemaal gelijk zijn. Voor hem is paus Franciscus niet meer waard dan de naamloze vrouw in Kanaleneiland en president Obama is niet belangrijker dan de kleine boer die ploetert op zijn stukje grond in Ghana. Wij mensen maken onderscheid in inkomen, opleiding, waar je woont en de auto die je hebt. We maken lijstjes van de rijkste mensen, de beste voetballers en acteurs, de grootste Nederlander. Het zijn onze lijstjes, niet die van God.

Die christelijke boodschap van gelijkheid is van groot belang in een toekomst, waarin ongelijkheid en onderscheid alleen maar toenemen en waarin we de waarde van mensen steeds meer afmeten aan de prestaties die ze leveren.

Kijken met het licht van de toekomst denk ik dat de samenleving op deze drie onderdelen behoefte heeft aan de boodschap die we als Christenen uitdragen. Wij vullen ermee de gaten die door de huidige cultuur geslagen worden.

Het hoe van missie in het licht van de toekomst
Als we nu in kaart hebben waar de missie in het licht van de toekomst uit bestaat, dan is het nog de vraag hoe we die realiseren. Wat vraagt de toekomst van ons aan nieuwe instrumenten en aanpak? De missie zoals we die hebben gekend was niet alleen kind van zijn tijd wat betreft de verhouding tussen wetenden en onwetenden, zij was ook bepaald door de tijd waarin preken en verkondigen vanzelfsprekende instrumenten waren om de boodschap te verkondigen. De preekstoel was een vanzelfsprekende plek van de missionaris.

Ik geloof dat de plaats waar de missie van de toekomst plaatsvindt de herberg is en het internet. Plaatsen waar ontmoeting wordt gerealiseerd, waar iedereen welkom is en kan aanschuiven. We zullen ook wel moeten. Men komt niet meer naar ons toe. Wie is er nog op voorhand geïnteresseerd in wat we te vertellen hebben? Als we denken dat onze boodschap betekenis heeft in deze wereld, zullen we erop uit moeten trekken naar waar mensen elkaar treffen. Zoals Paulus op de Agora in Athene ging staan en zei: waar jullie naar zoeken, dat heb  ik jullie te bieden.

In de wereld van morgen, waarin diversiteit alleen maar nog zal toenemen en verschillende opvattingen zullen bestaan over ongeveer alles, zal het gesprek de dominante modus zijn: geïnteresseerd in zienswijzen van anderen, zoeken naar aanknopingspunten en gemeenschappelijke grond. Op dat punt heeft de missie zoals we die gekend hebben een sterke traditie: de katholieke kerk is alleen een wereldkerk geworden en gebleven omdat ze in staat is geweest zich te verbinden met steeds andere culturen en daar naar gemeenschappelijke grond en gedeelde symbolen en verhalen heeft gezocht.

In de wereld van morgen is deskundigheid een steeds minder vanzelfsprekend argument. We leven in een wereld waarin geen waarheid meer bestaat, alleen nog maar meningen, en geen enkele mening is bij voorbaat gewichtiger en overtuigender dan een andere. Met alle respect voor theologisch geschoolde priesters en religieuzen, het gewicht van de deskundige is beperkt geworden. De peer-group, degenen  met wie je dagelijks verkeert in je werk, op internet, op je vereniging, is van groter gewicht in het vormen van je mening of in het stellen van de vragen. Missie is niet meer een taak van ordes en congregaties, specialisten en professionals met een aparte taak en opleiding. Het is een uitdagende opdracht voor  voor iedere gelovige.

Wijzelf als missionarissen in het licht van de toekomst.
Daarmee zijn we terug bij onszelf. Hoe staat het daarmee in het licht van de toekomst? Zijn we in staat invulling te geven aan de missionaire opdracht die nog steeds geldt. Kunnen we met onze boodschap antwoord geven op de nieuwe noden van de samenleving en de kansen die er zijn voor missie benutten?

Ik vrees dat we daar op het lastigste punt komen. Inmiddels zijn we als gelovige mensen en als katholieke gemeenschap veel vaste grond kwijt geraakt. We zijn onzeker over onszelf, onze boodschap en onze kerk.  Dat maakt ons niet direct tot de beste verkondigers van de boodschap. Met Paus Franciscus naast ons gaat het ons weer iets beter, maar het is nog allemaal erg broos. We hebben niet veel vaste grond onder de voeten bij het realiseren van onze missie in het licht van de toekomst.

Die onzekerheid lossen we niet op met de schijnzekerheid van het isolement waar bisschop Eijk in zijn recente brief over de toekomst van de parochies en bisschop Mutsaerts in zijn boekje over het geloof voor opteren. Hun missie is dievan bet schuttersputje: we schieten onze waarheden en zekerheid af of de wereld en vervolgens duiken direct weer weg als er tegengas komt.

Eerder zei ik dat missie vanuit de overtuiging dat het christendom iets van een tegencultuur is in een wereld die geen oog meet heeft voor lijden en het kwaad, die niet meer samen aan tafel zit om te breken en delen, die in zijn meritocratische cultuur ongelijkheid juist stimuleert. Misschien zit daar ook wel een groot probleem voor ons in West-Europa. Wij christenen van West-Europa hebben ons  op sleeptouw laten nemen door de naoorlogse welvaartstaat, we zijn er mede de architecten van. Dat deden we op goede gronden. Na de verschrikkingen van twee wereldoorlogen en de holocaust waren vrede en welvaart en harmonie terecht onderdeel van ‘dat nooit weer’. Christenen waren vurige pleitbezorgers van de Europese integratie van Schumann, van het Wirtschaftwunder van Adenauer en Erhard, van de bijstandswet van Marga Klompé. Met de welvaartsstaat wilden we bijdragen aan de verwerkelijking van Gods gerechtigheid.  Onze politiek-economische inspanningen om na te oorlog te komen tot een welvaartsstaat zagen we als in lijn met onze christelijke boodschap.

Inmiddels realiseren we ons hoe we uit de bocht zijn gevlogen en ons op sleeptouw hebben laten nemen  door een ongebreideld economisch-financieel beleid, waarin het Bruto Nationaal Product heilig is en winst- en groeicijfers het enige is waar we nog naar lijken te kijken. Een christelijk missionair denken dat kijkt met het licht van de toekomst kan niet anders dan kritisch zijn op de samenleving die we deels zelf hebben mee opgebouwd. Zonder die kritische houding, ook t.o.v. onszelf zullen we er niet in slagen nieuwe voor de toekomst relevante missie te ontwikkelen.

In dat opzicht heeft de missionaris in de monoloog van David van Reybrouck ons nog van alles te zeggen, juist ook in het licht van de toekomst.