2015 Vrouwen hoeven niets meer te bewijzen

Vrouwen hoeven niets meer te bewijzen.

Gepubliceerd in Trouw, dinsdag 15 december 2015

In Trouw van 10 december vraagt Naema Tahir zich af ‘Waarom zoveel vrouwen koken, maar vrijwel nooit topkok zijn’. Ze doet dat ter gelegenheid van de internationale dag van de rechten van de mens (gelijkheid) en, geheel toevallig, in de week waarin de Michelinsterren in Nederland zijn toegekend aan restaurants van vooral mannelijke koks.

Verandert er niets zolang mannen niet veranderen als het gaat om, de zorg voor kinderen, zo vraagt ze zich af. Ligt het aan testosteron en concurrentiedrift, aan de mans fysieke voordeel om lang zwaar werk te doen? Tahir heeft geen idee, voor haar blijft het een mysterie, zo besluit ze.

Misschien, zo geloof ik steeds meer, komt het omdat vrouwen niets hoeven te bewijzen. Met het baren van kinderen bewijzen ze twee dingen. Allereerst dat ze verantwoordelijkheid nemen voor de toekomst. Er is geen beslissender toekomstgerichte daad dan kinderen voort te brengen. En het is ook nog eens een uiterst duurzame bijdrage aan de toekomst. Ze een toekomst creëren die niet kortstondig is maar doorgaat. Tegen die twee bewijzen steekt het werk van mannen schril en betrekkelijk onbetekenend af. Ze doen hun uiterste best om de toekomst te scheppen en iets blijvends na te laten, maar ze slagen er meestal niet in. Ze voeren oorlog, bouwen grote bedrijfsimperia, realiseren megafusies, maar wie tien jaar laten kijkt ziet dat de meeste oorlogen niets hebben opgeleverd, dat bedrijfsimperia te gronde zijn gegaan en megafusies alweer zijn ontmanteld. In het mannenbolwerk van de politiek is het niet anders: grote beleidsveranderingen, majeure bestuursoperaties blijken de tand des tijds van één kabinetsperiode nauwelijks te doorstaan. Zijn leven lang probeert de man iets duurzaams voor de toekomst na te laten maar alle heroïek ten spijt lukt het slechts enkelen. Sommige architecten, uitvinders en kunstenaars en een enkele politicus (Washington, Thorbecke, Churchill) kunnen wijzen op hun blijvende historische betekenis. Voor het overgrote deel blijft het een leven lang pogen.

Het is wat mij betreft heel begrijpelijk dat vrouwen niet zoveel behoefte hebben om zich via de wereld van het bedrijfsleven, politieke en militaire operaties te bewijzen als degenen die iets bijzonders voor de toekomst realiseren. Dat doen de meesten al in het voortbrengen van kinderen. Ze kijken meewarig naar al het vruchteloze, kortstondige gedoe van mannen. Het grote probleem is misschien vooral dat wij die bijdrage van vrouwen niet waarderen (ze is tenslotte vanzelfsprekend) en alleen maar iets als waardevol kunnen zien als je er beurskoersen,  BNP-cijfers of vierkante kilometers terreinwinst aan kunt toekennen.

Dat we meer vrouwen nodig hebben op topfuncties in politiek en bedrijfsleven is zonneklaar. Daar wordt onze samenleving kwalitatief beter van. Niet omdat vrouwen meer omzet en hogere beurskoersen realiseren, maar omdat ze die relativeren door wie ze zijn en door wat ze in hun reproductieve zorg tot stand brengen.