2015 Oorlog als logica

Oorlog als logica

Waarom Europa niet lijdzaam moet afwachten tot de volgende Gaza oorlog.

Bij de verkiezingen in maart kwam Bibi Netanyahu opnieuw als winnaar uit de bus. Inmiddels is een nieuwe regering gevormd die nog  rabiater is in het Israëlisch Palestijns conflict dan de vorige. In Netanyahu’s campagne stond de bedreigde veiligheid van Israël centraal. De dreiging van Iran en diens nucleaire programma stonden centraal en daarnaast paste de groeiende chaos in het Midden-Oosten als gevolg van de oorlog in Syrië en de opkomst van ISIS in een op angst gebaseerde campagne. Voor hem is Israël omgeven door vijanden en is dat de centrale opgave van de Israëlische politiek.  Omdat ook de hardliners aan de andere kant (Hezbollah, Al Aqsa en Al Qassam brigades) het vijandsdenken tot de basis van hun strategie hebben gemaakt is het een kwestie van aftellen tot de volgende oorlog. Europa kan niet lijdzaam toezien en moet consequent het internationaal recht gebruiken als basis voor een nieuwe strategie om die volgende Gaza oorlog te voorkomen.

Angst als drijfveer
Op de dag na de verkiezingen schreef Trouw[1] de gemoedstoestand van een aanhanger van de Zionistische Unie. Lang leek deze Partij (alliantie van de Arbeiderspartij van Herzorg en Hatnua van Tsipi Livni) gelijk op te gaan met Likud maar uiteindelijk won Likud afgetekend: 30 om 24 zetels. Een diep teleurgestelde aanhanger van de Zionistische Unie zei dat hij op verkiezingsdag zelf al wist dat het fout zou gaan. Zijn vader die in de verkiezingscampagne zijn steun voor de partij van zijn zoon had uitgesproken, bleek in het stemhokje toch het hokje van Likud rood gemaakt te hebben. De boodschap van Netanyahu dat hij de enige was die de Israëli’s  bescherming  zou bieden, had uiteindelijk toch de doorslag gegeven. Als zijn eigen vader op het beslissende moment de switch had gemaakt, hoeveel anderen zouden dan ook in het stemhokje zich laten leiden door angst in plaats van hoop.

Het doet me denken aan een ontmoeting al weer zeven jaar geleden, toen ik met een delegatie in Israël en Palestina op bezoek waren. We hadden een afspraak met een aantal wetenschappers (sociologen, politicologen, juristen)over het conflict. Na bijna anderhalf uur van interessante analyses en beschouwingen zei een van de wetenschappers: uiteindelijk weet ik niet of ik niet over een jaar als vluchteling in Londen of Washington zit.

De Israëlische samenleving is de afgelopen vijf en twintig jaar langzamerhand in de greep geraakt van de angst. De eerste intifada eind jaren tachtig, vervolgens de tweede intifada en daarna de oorlogen in  Libanon en Gaza hebben geleid tot een cultuur van angst en bedreigd zijn. Het heeft geleid tot een geharnaste schuttersputjes-mentaliteit waarin Netanyahu’s boodschap perfect past.

Als bedreiging je centrale boodschap is zoals in Netanyahu’s verkiezingscampagne, dan moet die bedreiging ook gematerialiseerd worden. De boodschap is niet overtuigend als er niets gebeurt. Dan wordt oorlog een noodzakelijke deel van de politieke logica. De oorlogen in Libanon (regering Olmert), en Gaza (onder Olmert en Netanyahu) waren zo een onvermijdelijk gevolg van een politieke agenda waarin angst en bedreiging samengaan.

Diezelfde logica wordt ook aan de andere kant gevolgd. Ook voor Hezbollah en de fanatieke groeperingen onder de Palestijnen, (Al Aqsa en Al Qassam brigades) is er alle belang om het vijandbeeld in stand te houden en te voeden. Waar Netanyahu inspeelt op de angst verdreven te worden uit het land, baseren de Palestijnse radicalen zich op de realiteit van verdreven te zijn van hun land. Israël is de grote vijand die al in 1948 de Palestijnen heeft verdreven en dat zal blijven doen.  In die Palestijnse retoriek is de Israëlische agenda gericht op het voltooien van wat in 1948 begonnen is met het compleet wegjagen van de Palestijnse bevolking. Daarmee wordt een vergelijkbaar angstperspectief gevoed en ook dat moet gematerialiseerd worden. Regelmatige beschietingen zijn nodig om de bevolking ervan te doordringen dat het serieus is, dat de bedreiging reëel is en dat alleen gewapend verzet daarop een antwoord is. Een nieuwe oorlog is daarom een kwestie van aftellen. Misschien duurt het twee jaar, misschien drie jaar maar het is on de huidige situatie onvermijdelijk.

Zo is oorlog een logica geworden voor de hardliners aan beide kanten in de legitimatie van het eigen standpunt en hebben beide partijen van tijd tot tijd behoefte aan die oorlog om hun verhaal geloofwaardig te laten zijn in de ogen van de eigen achterban. Het grote probleem is dat aan de Israëlische kant de positie van de hardliners de dominante politieke lijn is geworden, terwijl aan de Palestijnse kant de hardliners de radikalen op de flank zijn. Daar zijn zowel Abbas  met Fatah op de Westbank en Haniye met Hamas in de Gazastrook de gematigde krachten.

Blijven toekijken?
De vraag is of Europa blijft toekijken. Je kunt nu al de teksten produceren van Federica Mogherini en haar collega  ministers van Buitenlandse Zaken van de EU als de volgende Gaza of Libanon oorlog uitbreekt. Oproepen tot terughoudendheid en een  wapenstilstand en zorg om de burgerslachtoffers zullen de (sociale) media vullen.

Kan Europa iets anders dan toekijken? Het antwoord op die vraag begint bij de vraag wat de invloed van Europa op het conflict is. Die invloed is klein en neemt snel af, zeker de invloed op de Israëlische regering.  Hoewel Europese regeringen graag de indruk wekken dat ze invloed hebben en dat die invloed van belang is om een positieve bijdrage te leveren aan de oplossing van het conflict, is de werkelijkheid anders. Israël heeft weinig vertrouwen in het buitenland. Ze willen van niets en niemand afhankelijk zijn en willen de politieke en militaire ruimte behouden om te doen wat ze zelf noodzakelijk vinden. De invloed van Europa is nooit groot geweest, maar is inmiddels tot het nulpunt gedaald. De Europese stemming bij de ophoging van de status van de Palestijnse Autoriteit binnen de VN (sommigen steunden dat, anderen onthielden zich van stemming), het besluit van Zweden om Palestina te erkennen en eenzelfde stemming in het Franse parlement hebben Netanyahu en andere hardliners binnen Israël tot de overtuiging gebracht dat Europa Israël niet door dik en dun steunt. En in de logica van het vijandsdenken betekent dat het einde van Europese invloed.

Een nieuw Europees perspectief
Dat afschrijven van Europa als relevante factor binnen de Israëlische politieke besluitvorming biedt aanknopingspunten voor een nieuwe rol, die erop gericht moet zijn dit fatale proces van een terugkerende oorlog te doorbreken. Europa kan de ambitie loslaten dat het als gesprekspartner van Israël in staat is de politiek van dat land op de juiste koers te houden en zo bij te dragen aan het uiteindelijke doel van een vredesregeling.  Ook achtereenvolgende Nederlandse kabinetten hebben hun positie altijd verdedigd met de bewering dat men op die manier in gesprek bleef en invloed kon uitoefenen om de Israëlische politiek op het spoor van een vredesregeling met de Palestijnen te houden.  De afgelopen jaren hebben geen enkele reden gegeven om te denken dat die invloed er is. Een beleidsevaluatie van het Nederlands eb Europees beleid van de afgelopen tien jaar zou weinig resultaten kunnen aanwijzen die de effectiviteit van dat beleid zouden schragen. Met de nieuwe Israëlische regering waarvan sommige ministers onverholen racistische opvattingen hebben over de Palestijnen en laten weten totaal niet geïnteresseerd te zijn in een twee staten oplossing, maakt het alleen nog maar onwaarschijnlijker dat er de komende jaren wel resultaten te boeken zijn met een strategie van ‘constructieve dialoog’.

Europa moet nu de ruimten die daardoor in feite ontstaat een nieuwe strategie ontwikkelen die het internationaal recht niet alleen verbaal maar ook daadwerkelijk tot uitgangspunt van beleid maakt.

Internationaal recht is geen nieuw onderwerp in het Israëlisch Palestijns conflict en het heeft ook altijd prominent gefigureerd in  Europese verklaringen,  maar bleek uiteindelijk altijd kneedbaar onder invloed van politieke overwegingen. De nederzettingen zijn illegaal en Europa erkent dat ook, maar altijd was er de overweging dat het contraproductief was om dat hoog op te spelen. Nu de Europese invloed tot nul is gereduceerd is er geen reden meer deze politieke overwegingen te laten prevaleren boven internationaal recht. Naar Israël betekent dat de boodschap dat het land dat zich erop beroept de enige democratie in het Midden-Oosten te zijn, gehouden moet worden aan de standaarden van de democratie en het internationaal recht. De onlangs door Europa ingebrachte eis dat producten uit de nederzettingen op de Westbank als zodanig herkenbaar gelabeld moeten zijn, is niet meer dan toepassing van internationaal recht. Ondanks de Israëlische klachten dat Europa daarmee de facto een boycot van Israël sanctioneert (de nederzettingen zijn in Israëlische ogen immers niet illegaal) moet Europa op dat punt haar rug recht houden.

Europa kan op grond van internationaal recht niet accepteren dat de blokkade van Gaza wordt voortgezet. Als collectieve straf is de blokkade van Gaza volgens het oorlogsrecht ongeoorloofd er is alle reden om een eind te maken aan lijdzaam toezien op grond van overwegingen van politieke effectiviteit.

Er is dringend behoefte aan een veel sterkere Europese veroordeling van de wijze waarop maatschappelijke organisaties in Israël (hoeksteen van de democratie) worden beperkt in hun vrijheid van opereren. De wetgeving die ruimte biedt voor juridische vervolging van maatschappelijke organisaties die oproepen tot boycot van producten uit de nederzettingen op de Westbank is er een voorbeeld van. In de uitleg van het Hooggerechtshof die deze wetgeving goedkeurde werd verwezen naar het feit dat telkens opnieuw het Joodse volk bedreigd wordt met vernietiging en dat het dus gerechtvaardigd is je daartegen met alle middelen te verdedigen. Haaretz [2] noemde het een schandelijke beslissing en een aanfluiting van het recht.

Naar de Palestijnse kant toe moet Europa eenzelfde internationaal rechtelijke positie tot haar uitgangspunt maken. Zowel de regering van Abas als de regering van Hamas in Gaza hebben beide geen legitimiteit meer. Hamas heeft nooit een electoraal mandaat gekregen, het mandaat van Abbas is al jaren geleden vergelopen. De internationale gemeenschap heeft Palestina erkend als één geheel (inclusief Gaza) en dus is het vormen van een regering van nationale eenheid een noodzakelijke stap.. Met dat doel voor ogen moet Europa met beide niet legitieme partijen spreken. Het wordt tijd dat het probleem van Hamas van zijn gepolitiseerde lading moet worden ontdaan. In het huidige Midden-Oosten landschap met IS en Al Qaida is het Hamas van Haniye in Gaza een gematigde middenpartij.

Nieuwe financiële en economische steun aan de Palestijnse Autoriteit moet afhankelijk worden van de vorming van een legitieme, door eerlijke verkiezingen tot stand gekomen regering. Het associatieverdrag met Israël moet stap voor stap worden bevroren als dat land niet bereid is haar internationaal rechterlijke verplichtingen na te komen.

Verbeelding
Het Israëlisch Palestijns conflict heeft behoefte aan verbeelding. De klassieke politieke strategieën hebben inmiddels alle ruimte en lucht weggezogen. Als vermoeide boksers hangen de verschillende strijdende en politieke partijen in de touwen na weer een ronde van verbaal of militair geweld. Alle argumenten zijn al zo vaak gewisseld en de verschillende onderhandelaars kunnen inmiddels elkaars rituele teksten schrijven. Daar kunnen ze nog jaren mee doorgaan. Er is behoefte aan nieuw perspectief dat de patstelling doorbreekt. Breng theatermakers bij elkaar die verhalen van beide kanten verweven tot een nieuw geheel van gedeelde angst en verlangen.  Schrijf een ontwerpwedstrijd uit voor architecten voor een nieuw vliegveld in Gaza, zodat perspectief wordt gecreëerd en een blik wordt geworpen op de toekomst die nu niet veel anders belooft dan een nieuwe oorlog.

Die verbeelding is van belang om de cirkels van angst te doorbreken. Juist gewone mensen aan Israëlische en Palestijnse kant moeten gaan zien dat er nog iets anders mogelijk is dan een volgende oorlog, dat  de oorlogslogica kan worden doorbroken.