Afghanistan 2009

Zonder politiek perspectief blijft Afghanistan doormodderen

De presidentsverkiezingen in Afghanistan op 20 augustus moeten een nieuwe stap zijn op weg naar stabiliteit en het winnen van de strijd tegen de Taliban. Maar signalen tot dusverre bevestigen het beeld dat het met de binnenlandse politiek in Afghanistan de verkeerde kant op gaat, betoogt René Grotenhuis.

2009 moet het jaar worden waarin Afghanistan opkrabbelt. Extra Amerikaanse troepen en omvangrijke financiële steun van de internationale gemeenschap moeten dat gaan bewerkstelligen. Voor de meeste westerse landen is de huidige president Hamid Karzai de vanzelfsprekende kandidaat om het karwei af te maken. Voor de meeste Afghanen is hij echter de top van een systeem dat hen in de afgelopen jaren weinig heeft opgeleverd. De corruptie is ronduit stuitend. Vertegenwoordigers van partnerorganisaties van Cordaid zijn uiterst kritisch over het functioneren van de overheid en het parlement. Corruptie behoort tot de meest genoemde problemen en parlementariërs besteden nauwelijks aandacht aan de echte problemen van het land. Gewone Afghanen horen via de media enorme bedragen die aan het land worden toegezegd, maar ze zien er in hun eigen dagelijkse leven te weinig van terug. Ze zien een presidentskandidaat die met een slimme verdeel – en heerspolitiek oude krijgsheren met veel bloed aan hun handen tot zijn kandidaten voor het vice-presidentschap kiest. De huidige politiek in Kabul is een klassieke strijd om de macht tussen de verschillende facties. Daarmee is er weinig perspectief voor een politieke oplossing in Afghanistan zelf.

De allianties die nu worden gesmeed in de aanloop naar de verkiezingen lijken de basis voor het volgende scenario te leggen. In Kabul zit een coalitie van leiders die nauwelijks legitimiteit hebben maar onderling de macht verdeeld hebben. Ze krijgen allemaal een deel van de koek en hebben dus geen belang bij een onderlinge gewapende strijd zoals in de jaren negentig. Als het Afghaanse leger met de steun en begeleiding van de Amerikanen over een paar jaar sterk genoeg is om het over te nemen, zal de internationale troepenmacht zich terugtrekken uit Afghanistan. Zie hier een gemilitariseerd land met een sterk nationaal leger dat de bevolkingscentra en de economische centra beheerst, een politieke elite die zichzelf goed bedient en de Taliban die grote delen van het platteland beheerst en terroriseert. Alle partijen zijn betrokken bij drugshandel en verdienen zo een belangrijk deel van hun geld.

De toekomst van Afghanistan draait om twee centrale onderwerpen. De eerste is veiligheid en de tweede is goed bestuur. En beide zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. Zonder goed bestuur zal er geen duurzame veiligheidsoplossing voor Afghanistan zijn. Veiligheid is immers niet alleen een militair concept, maar ook een sociaal en bestuurlijk verhaal. Om een voorbeeld te geven: één van de partners van Cordaid werkt in de provincie Balkh in Noord-Afghanistan aan een groot irrigatieprogramma. De organisatie brengt kleine boeren uit verschillende etnische groepen bij elkaar zodat ook zij hun deel van het beschikbare water krijgen om hun velden te bewerken. De kloof met de elite in Kabul die de koek verdeelt en de bevolking negeert kan nauwelijks groter. Hier werken gewone Afghanen aan een eerlijker samenleving en een betere toekomst. Het zijn deze programma’s aan de basis die bijdragen aan een veiligere samenleving.. Veiligheid is voor gewone Afghanen sociale veiligheid. Zij hebben geen pantserwagens voor en achter hen op weg naar de markt. Zij moeten het hebben van een gemeenschap waar ze op kunnen vertrouwen, waar mensen het voor elkaar opnemen, elkaar waarschuwen en elkaar beschermen. Die veiligheid wordt bezegeld door een overheid die met haar wetgevende en rechterlijke macht de samenleving bij elkaar houdt. Helaas zijn in de afgelopen jaren vrijwel alle aandacht en geld ingezet om de Afghaanse staat op te bouwen en te versterken. Dat is de weerslag van een te beperkte visie op hoe een fragiele samenleving zoals de Afghaanse weer op eigen benen kan staan.

Het schrijnende gebrek aan aandacht voor de voorbereiding van de verkiezingen wijst er evenmin op dat er sprake is van een door de bevolking gesteund, inclusief politiek proces. Er is nauwelijks geïnvesteerd in voorlichting aan de bevolking, er zijn geen nationale programma’s van burgereducatie geweest om de kwaliteit van de democratie te verdiepen. Met de regering Obama en de conferentie in Den Haag op 31 maart jl. werden de eerste stappen gezet naar een meer samenhangende strategie voor Afghanistan. Die moet naast militaire veiligheid ook investeren in sociale veiligheid en naast staatsinstituties ook investeren in ontwikkeling van onderop. De verkiezingen van augustus lijken wat dat betreft een gemiste kans. Dat maakt die op inclusie gerichte herijking van het Afghanistan beleid – ook in het licht van de Nederlandse inzet na 2010 – nog urgenter.