Religieus Leiderschap

| Mensen met durf en een missie21Religieus leiderschap: op weg naar een echt globale kerk door René Grotenhuis Europa is al lang niet meer het lichtend voorbeeld voor de rest van de wereld. Ook op kerkelijk gebied past ons bescheidenheid. Dat vraagt om een nieuw type religieus leiderschap. Niet uit kracht. Niet met het vingertje. Maar naar voorbeeld van de herder, bepleit René Grotenhuis.Met het aantreden van paus Franciscus is een nieuwe periode in de kerkgeschiedenis aangebroken. Niet alleen vanwege de nadruk op het profetische aspect van leiderschap. Voor het eerst in tweeduizend jaar kerkgeschiedenis is er een paus van buiten Europa1. Natuurlijk, de kerk kende vanaf het allereerste begin een sterk missionaire drijfveer. India is daarvan een goed voorbeeld. En vanaf 1492 kreeg deze missionaire impuls al een versterking en versnelling naar gebieden van Latijns-Amerika, Afrika en Azië die tot dan toe onbekend waren voor Europa. Toch bleef ze al die tijd een Europese kerk, in het spoor van het koloniale denken. Kerken in Afrika, Azië en Latijns-Amerika waren fi lialen van deze Europese kerk. Theologie, organisatie structuur en ook kerkelijk recht waren doortrokken van een Europese kijk op God en mens, maar ook op 1 Voor zover bekend zijn vrijwel alle pausen a@ omstig uit wat wij nu Europa noemen. In de lange lijst van 266 erkende pausen zijn er enkele a@ omstig uit het gebied van Israël en Syrië en uit Noord-Afrika dat deel uitmaakte van het Romeinse Rijk. | 22 | |de kerk als organisatie. Vanaf het midden van de twintigste eeuw, in samenhang met de dekolonisatie, is een begin gemaakt met het ontwikkelen van een theologisch discours vanuit de eigen geloof-straditie van de niet-Europese geloofsgemeenschappen.

EUROPESE AGENDA MINDER PROMINENT

Dankzij Franciscus is een begin gemaakt met het doorbreken van het eurocentrisme in de kerk en met het omvormen van de kerk tot een werkelijk globale geloofsgemeenschap. Zijn twee directe voorgangers werden vooral in beslag genomen door hun Euro-pese agenda. Met als belangrijkste vraag: hoe moet het verder met de kerk in Europa? De snelle a_ alving van het katholieke ‘moederland’ leidde vooral tot stellingnames die dat proces tot staan moesten brengen. In de hoop dat proces zo mogelijk nog te keren. Voor Franciscus is de Europese agenda niet het meest pro-minent. Hij zoekt in zijn beleid naar de toekomst van de kerk als globale gemeenschap. Met name onder Johannes Paulus II is het centralistische organisatiemodel versterkt. Franciscus wil dat laten plaatsmaken voor een decentraal model. Met meer eigen verant-woordelijkheid voor de bisschoppenconferenties in de verschillen-de landen en continenten. ZELFVOLDAANHEID IN EUROPAHet eurocentrisme is overigens niet alleen een probleem binnen de kerk. We hebben als Europeanen een hoge mate van zelfvol-daanheid ontwikkeld. In onze cultuur, maar ook in de wenselijk-heid van onze agenda. De rest van de wereld ‘moet vooral goed kijken hoe wij het aanpakken’. Bijvoorbeeld als het gaat om demo-cratie en mensenrechten. Onze houding is: er blijft nog het nodige te vervolmaken, maar de basis hebben we gelegd en die basis deugt. Niet alleen voor ons, maar ook voor de rest van de wereld. We zijn tevreden over onze economie en de welvaart die we tot | Mensen met durf en een missie23stand brengen. Er moeten nog wel wat problemen worden opge-lost, zoals het klimaat. Maar dat zijn aanpassingen in een model dat staat als een huis. Wie dat wil betwijfelen, zo zeggen we, doet er goed aan de levensstandaard van Europa te vergelijken met die van grote delen van Afrika, Azië en Latijns-Amerika.

TRANSFORMATIE

We staan nog slechts aan het begin van het proces. Het begin van transformatie om van de rooms-katholieke kerk een werkelijk globale kerk te maken en haar te ontdoen van haar eurocentrische karaktertrekken. Dat heeft verregaande gevolgen voor de ver-houdingen binnen de kerk en voor het religieus leiderschap. In alle voorlopigheid en bescheidenheid zou ik willen wijzen op drie mogelijke ontwikkelingen: 1. De relativiteit van de Europese agenda. Op een aantal terrei-nen gaan we ontdekken dat de Europese agenda niet zomaar de agenda van de globale kerk is. Bij sommige onderwerpen is de veronderstelling dat ze een breed draagvlak hebben onder katholieken. Maar dat zijn onderwerpen die ook in de West-Europese katholieke kerk worden betwist. Te denken valt aan het homohuwelijk, LHBTI en vrouw in het ambt. Die worden op globaal niveau niet zomaar gedeeld en overgenomen. De splijtende discussie in de Anglicaanse wereldgemeenschap rond de wijding van homoseksuelen tot bisschop geeft ons een voorproe^ e van dat debat. Voor onderwerpen die te maken hebben met seksuele identiteit en gender, is in zekere zin sprake van een proxy-war. Conservatieve en liberale krachten in Europa en de VS vechten hun confl ict over deze thema’s nu uit in Afrika, Azië en Latijns-Amerika. Conservatieve christenen die in de VS hun strijd tegen het homohuwelijk hebben verloren, doen er nu alles aan om die strijd in Afrika wél te winnen. Religieus leiderschap wil vooral deze proxy-war voorkomen en ervoor | 24 | |zorgen dat mensen zelf hun gesprek over seksualiteit en identiteit kunnen voeren, zonder voorafgaande agenda’s of uitkomsten. 2. De materiële verhouding tussen Europa en de andere continenten leidt binnen de katholieke kerk met enige regelmaat tot irritatie. In mijn functie als directeur van Cordaid ben ik meer dan eens aangesproken op de fi nanciële machtsverhouding, op grond waarvan zuidelijke partners zich verplicht voelden te voldoen aan Europese voorwaarden in programmering en rapportage. Met andere woorden: wie betaalt, bepaalt. De afgelopen zestig jaar stelde ontwik-kelingssamenwerking met enige regelmaat nieuwe agenda’s en prioriteiten vast. In de jaren zestig ging het om technische assistentie. In de jaren tachtig betrof het macro-economisch en fi nanciële stabiliteit (structurele hervormingen van de economie). In het eerste decennium van deze eeuw ging het om basisvoorzieningen (gezondheid, onderwijs, Aids). De laatste tien jaar ging het om een ruim baan voor het bedrijfsleven als partner in ontwikkeling. En ontwikkelings-organisaties, ook christelijk geïnspireerde, gaven die prioriteiten door in nieuw beleid, nieuwe rapportage-eisen en nieuwe resultaatindicatoren. Leiderschap gaat om een stap terugnemen. Laat programma’s het resultaat zijn van een dialoog, waarin we als globale gemeenschap de vragen naar ontwikkeling beantwoorden. Een dialoog waarin het ‘wie betaalt, bepaalt’ niet langer het leidende principe is. 3. De geloofsgemeenschappen uit Afrika, Azië en Latijns-Amerika kijken naar Europa als een continent waar de kerk in verval is. Het is niet waarschijnlijk dat zij naar de Europese kerk kijken als het lichtende voorbeeld. Integendeel: ze be-kijken vooral hoe ze kunnen voorkomen dat bij hen hetzelfde gebeurt als in Europa. Misschien denken we, in navolging van de seculariseringsthese, dat de rest van de wereld op den duur ook seculariseert. Alsof Europa de voorloper is in wat | Mensen met durf en een missie25ook elders in de wereld staat te gebeuren. Die these wordt echter steeds minder onderschreven. Zelfs als die wordt onderschreven, doen andere continenten er alles aan om dat noodlot af te wenden. Religieus leiderschap gaat in deze context over bescheiden-heid en heel goed naar elkaar luisteren. We hebben samen te leren van de energie van niet-Europese gelovigen die nieuwe wegen willen gaan en het Europese proces niet willen herha-len. Maar we hebben ook te leren van de ervaringen van de kerk in Europa: waar hebben we de verbinding verloren? Hoe komt het dat zo veel katholieken zonder al te veel moeite en pijn afscheid hebben genomen van de kerk? Europese kerken kunnen veel leren van de kerk in Azië, nu we onszelf als slinkende minderheid terugvinden in de West-Europese samenleving. We hebben iets te leren van katholieken in Bangladesh, India, Indonesië. Kleine minderheden, zonder de pretentie dat ze kunnen bepalen wat mag en kan. Maar wel minderheden die het lukt om betekenisvol te zijn. Veel betekenisvoller dan je op basis van hun getalsmatige aan-hang zou verwachten.

ARCHETYPEN VAN RELIGIEUS LEIDERSCHAP

Het voorjaar van 2013 is met het aftreden van paus Benedictus XVI en de keuze van paus Franciscus een moment van bijzondere betekenis voor het leiderschap in de Rooms-Katholieke Kerk. Wie de invulling van het leiderschap vergelijkt bij Johannes Paulus II en Benedictus XVI merkt dat er geen groter contrast mogelijk is. Voor de eerste was aftreden ondenkbaar. Gesloopt door zijn ziekte (Parkinson) bleef hij in functie tot God hem tot zich riep. Benedictus XVI was niet opgewassen tegen de Vaticaanse bu-reaucratie en het machtsspel dat daar werd gespeeld. Zijn besluit om terug te treden, was een erkenning van zijn beperkingen om de kerk te leiden. Na een krachtige, nooit opgevende leider, had | 26 | |Benedictus XVI juist de kracht om zijn beperking onder ogen te zien. Van daaruit keek hij naar zijn leiderschap en naar dat wat de kerk nodig had.

KONINKLIJK, PRIESTERLIJK OF PROFETISCH

De drie laatste pausen van de Kerk vertegenwoordigen elk een eigen bijbels archetype van leiderschap. Johannes Paulus II sluit aan bij het archetype van het koninklijk leiderschap. Hij staat in de traditie van Koning David die heerst over Israël. Hij is dege-ne die Israël opbouwt, die Jeruzalem tot de koningsstad maakt. Johannes Paulus was een krachtig leider die met harde hand de kerk bestuurde en ingreep waar hij dat nodig vond. Zijn optreden tegenover Ernesto Cardenal in Nicaragua en zijn interventie in Nederland – via de bijzondere Nederlandse bisschoppensynode – zijn slechts enkele voorbeelden van zijn stijl. Het pausschap van Benedictus XVI zie ik vooral in de lijn van het priesterlijk leiderschap (Melchisedek). Hij was theoloog en zijn en-cyclieken (Deus Caritas Est, Caritas in Veritate) zijn inhoudelijk van grote schoonheid en diepgang. Hij was uiterst zorgvuldig in het protocol en het vieren van de sacramenten. Zijn besluit tot herstel van de viering van de Tridentijnse mis, in 2007, kwam voort uit zijn voorkeur voor ritueel en liturgie. Bij paus Franciscus blijkt vooral de profetische dimensie van lei-derschap (Jeremia, Jesaja, Amos) centraal te staan. Zijn allereerste reis naar Lampedusa en zijn encycliek Laudato Sí tonen een paus die aanklaagt en een nieuwe toekomst wil laten zien. In lijn met de profeten van Israël. Want net als de profeten is hij niet bang en houdt hij niet krampachtig vast aan zijn eigen positie of aan die van het centrale gezag in het Vaticaan. Sterker nog: hij presenteert zich eerder als bisschop van Rome dan als paus. | Mensen met durf en een missie27

HERDERLIJK LEIDERSCHAP

Naast deze drie archetypen van religieus leiderschap is in de toekomst vooral behoefte aan een vierde archetype: de herder. Vanuit het leven van Jezus van Nazareth is ons deze stijl van lei-dinggeven aangereikt. Hij noemt zichzelf de goede herder (Johan-nes 10:11) die zorg heeft voor zijn schapen. Een herder die de 99 schapen in vertrouwen achterlaat om het ene verdwaalde schaap te zoeken. Zorg voor de kudde waarin jonge en oude schapen, witte en zwarte, ooien en rammen samen hun weg moeten vinden. De kudde is nooit eenvormig. De grote uitdaging van leiderschap is de verleiding weerstaan om keuzes te maken voor de ene of de andere (theologische, politieke, sociale) opvatting. “We hebben als Europeanen een “We hebben als Europeanen een hoge mate van zelfvoldaanheid hoge mate van zelfvoldaanheid ontwikkeld. In onze cultuur, ontwikkeld. In onze cultuur, maar ook in de wenselijkheid maar ook in de wenselijkheid van onze agenda.” van onze agenda.” | 28 | |

OPVATTINGEN EN SYSTEMEN

Globalisering en een cultuur van competitie en concurrentie leiden tot een religieus, ideologisch en politiek discours waarin het vooral draait om eigen opvattingen en systemen, ten koste van anderen. Het wahabisme in de islam, het neoliberale econo-misch model, het westers democratische politieke systeem, een orthodoxe visie op katholiek geloof; ze worden gepresenteerd als ultieme oplossing en als superieur ten opzichte van elk ander denkmodel. Niet overal zijn de religieuze confl icten een strijd om superioriteit, waarbij dan de eigen religie – met uitsluiting van anderen – erkend moet worden als enige ware. Dat religieuze confl ict is overal vermengd met economische machtsconfl icten en etnisch-culturele confl icten. Soms is het niet eenvoudig te bepalen wat de invloed is van elk van de verschillende belangen. Soms is religie niet anders dan het meest voor de hand liggende en makkelijkst te bespelen instrument voor het realiseren van andere belangen.

RADICAAL GELOOF IN MENSEN VAN GOD

Religieus leiderschap voor de komende decennia vraagt om her-derschap waarin niet de richting of het doel, maar de kudde voor-opstaat. Dat vraagt om een radicaal geloof in mensen als mensen van God. Hij is de Schepper van hemel en aarde. Ieder mens, waar hij ook woont en welke religie hij ook aanhangt, is geschapen naar Zijn beeld en gelijkenis. Dat betekent ook dat ieder mens weet heeft van het leven als mens van God. We hoeven het anderen niet te vertellen alsof zij het zelf niet weten. Alsof zij het van buitenaf door anderen aangereikt moeten krijgen. Ons westerse discours over mensenrechten en democratie is teveel doortrokken van de gedachte dat wij mensen elders op de wereld iets moeten vertellen dat hen vreemd is. Alsof zij het zelf niet weten of kennen. Herderlijk religieus leiderschap begint bij het doordenken van de betekenis van het geloof in Gods scheppende Geest als | Mensen met durf en een missie29universeel. Dat er verschillende religies zijn ontstaan, moet opnieuw worden doordacht vanuit het universele van God. God is niet van een religie, alle religies zijn van God.Het gesprek tussen religies komt niet verder door te zoeken naar algemene waarden die in alle religies wel te vinden zijn. Dat komt uiteindelijk neer op een secularisering van religies: ze ontdoen van hun gelovige dimensie, zodat ze voor iedereen (gelovigen en atheïsten) aanvaardbaar zijn. Religieus leiderschap gaat erom dat we God ter sprake brengen als Degene die ieder van ons in het bestaan roept en in het bestaan wil. Juist bij dat ‘ieder van ons’ hoort dus een nieuw soort religieus leiderschap. Dat is het archetype van de herder, die zorg heeft voor de kudde.

GLOBALE KERK ALS OEFENPLAATS

De katholieke kerk is de enige echte globale gemeenschap. Zij is overal aanwezig. Niet zoals veel globale organisaties die slechts een kantoor in de hoofdstad hebben. De kerk is aanwezig in gemeenschappen van dorpen en stadwijken. Van New York tot de Amazone, van Bejing tot de Sahel. Zij is verbonden door een gemeenschappelijke geloofsbelijdenis, een gedeelde sacramen-tele liturgie en één traditie. Daardoor is sprake van een grote diversiteit aan spiritualiteit en het lezen en interpreteren van de evangelische boodschap. Religieuze leiders in de katholieke kerk zijn naast leiders van hun lokale of diocesane gemeenschap ook leiders in de wereldkerk.

EENHEID EN VERSCHEIDENHEID

Globalisering is één van de grote uitdagingen van deze en de twintigste eeuw. We weten nog nauwelijks wat globalisering is en wat het betekent voor mensen en gemeenschappen. Als werkelijk globale gemeenschap moet en kan de katholieke gemeenschapeen plaats zijn om die globalisering te doordenken als een opgave tot eenheid en verscheidenheid. In de katholieke traditie is het concept van gemeenschap niet een beeld van uniformering. Elke gemeenschap is in zichzelf van betekenis en verdient bescher-ming en voeding. De globale gemeenschap maakt de lokale gemeenschap niet overbodig. In het katholieke sociale denken over subsidiariteit heeft elke gemeenschap zijn eigen ruimte en taak om aan dat eigen bestaan invulling te geven. Globalisering is in katholiek perspectief niet het wegvagen van het lokale, regionale of nationale omdat we nu eenmaal globaal moeten denken. Het is ook geen isolationisme van de ene gemeenschap of de ene laag ten opzichte van de andere. De ontwikkeling van de katholieke kerk naar een echt globale gemeenschap kan een grote bijdrage leveren aan een even-wichtig perspectief op globalisering. Religieus leiderschap op elk niveau van gemeenschap levert daaraan een betekenisvolle bijdrage.