Kinderboete: economie is een man.

In Trouw van 30 december schreef ik een opiniebijdrage over de kinderboete: een nieuwe term om het inkomensverlies aan te duiden dat vrouwen lijden na de geboorte van hun kind.

https://www.trouw.nl/opinie/als-de-economie-een-vrouw-was-sprak-ze-niet-over-een-kinderboete~bf45c5f9/

Vorige week publiceerde het Centraal Planbureau een onderzoek waaruit blijkt dat het inkomen van moeders halveert na de geboorte van hun eerste kind. Inmiddels spreken we dan ook over de kinderboete: de prijs die moeders betalen voor het krijgen van kinderen.

Hoe is het eigenlijk om als kind geboren te worden in de wetenschap dat je je moeder berooft hebt van de helft van haar inkomen? Mogen we in de toekomst nieuwe therapeutische programma’s verwachten die kinderen helpen om deze schuld te verwerken?

Of moeten moeders de schuld bij zichzelf zoeken. Waren ze onvoldoende assertief om hun man zover te krijgen dat werk en zorg gelijkelijk verdeeld werden? Of moeten ze het zichzelf aanrekenen  dat ze de weg van de minste weerstand kozen door part-time te gaan werken?

Het is een taal van boete, en dus van straf en dus van schuld die rond deze economische analyse wordt geweven.

Misschien is het vooral een teken van een economie die nog steeds gedomineerd wordt door mannen en waarin mannen de norm zijn. Hoe zou zo’n rapport eruit zien als het geschreven werd in een economie die vertrekt vanuit vrouwelijk perspectief?  Als de economie een. vrouw was, dan zou het rapport ongetwijfeld het gebrek aan flexibiliteit en verantwoordelijkheid van mannen prominenter in beeld brengen. Als de economie een vrouw was, zou zo’n analyse de betekenis van reproductieve arbeid belichten. Als de economie een vrouw was, zou ze tegenover de materiële debetzijde de emotionele en spirituele creditzijde van kinderen benadrukken. Als de economie een vrouw was, zou ze meer nadruk leggen op het ‘common good’ dan op competitie.

Het CPB-rapport lijkt zakelijk en berust op cijfers, op feiten. Maar de kinderboete-terminologie maakt het tot een normatief verhaal waarbij onmiskenbaar is dat de economie helaas nog steeds een man is. We erkennen dat we dringend behoefte hebben aan een breder welvaartsbegrip dat verder kijkt dan het BNP. Maar intussen gaan we rustig door op de vertrouwde weg van het platslaan van alles in geld. Alles wart zich niet laat herleiden tot de geldeconomie, blijft buiten beeld. 

Of is het zo dat we het krijgen van kinderen liever niet positief labelen uit angst dat het zou worden verstaan als een verkapte oproep tot terugkeer naar het aanrecht? Als de economie een vrouw was, zou ze geen last hebben van die angst. Ze zou zich niet laten vangen in zo’n óf-óf positie. We hebben een vrouweneconomie nodig, het invoegen van vrouwen in de manneneconomie is echt niet voldoende.