Hoe komen we af van onze superioriteit

Discriminatie die schuilgaat achter begrippen als zwart en wit, is gebaseerd op een gevoel van westerse superioriteit. Westerlingen zouden meer moeten luisteren en kijken naar andere landen en culturen.

https://www.hetgoedeleven.nl/artikelen/hoe-komen-we-af-van-onze-westerse-superioriteit

René Grotenhuis 15 aug 2020

“Het probleem met jullie westerlingen”, zo zei mijn Keniase gesprekspartner, “is dat jullie beginnen met ons te vertellen wat er bij ons niet deugt. Ons politieke systeem deugt niet, we doen niet aan mensenrechten, we hebben geen onafhankelijke rechtspraak en onze economie loopt vast in bureaucratie en corruptie. Vervolgens vertellen jullie hoe we het moeten doen, namelijk zoals jullie het doen in het westen, en tot slot beloven jullie ons financiële en technische steun als we beloven het zo te doen.” 

Het gesprek dat ik in mijn functie als directeur van Cordaid voerde kwam weer bij me boven in de wereldwijde oplaaiende verontwaardiging over discriminatie na de dood door politiegeweld van George Floyd. In verschillende toonaarden heb ik die boodschap meegekregen in die tien jaar waarin ik wereldwijd sprak met maatschappelijke organisaties, politici, kerkelijke leiders, wetenschappers en consultants.  

Op vele terreinen zijn we onszelf als de maatstaf gaan beschouwen en aan die maatstaf meten we elke andere samenleving af

Steeds nadrukkelijker ben ik gaan beseffen dat de discriminatie die schuilgaat achter begrippen als zwart en wit gebaseerd is op een in de afgelopen eeuwen ontwikkeld gevoel van westerse superioriteit. 

Westen als maatstaf 

In de afgelopen vijf eeuwen heeft zich een breed gevoel van superioriteit ontwikkeld in het West-Europese en westerse denken. We zijn er in de loop van de tijd van overtuigd geraakt dat de wijze waarop wij onze samenleving georganiseerd hebben, veruit de beste is. Dat geldt voor ons politieke systeem, dat geldt voor onze economie, voor onze wetenschap en technologie, voor onze militaire kunde en voor de wijze waarop wij publieke diensten zoals onderwijs, gezondheidszorg en infrastructuur hebben geregeld. 

Op al die terreinen zijn we onszelf als de maatstaf gaan beschouwen en aan die maatstaf meten we elke andere samenleving af. Met als gevolg dat al die andere samenlevingen achter lopen.  

Internationale ranglijsten en vergelijkingen met betrekking tot democratie, ontwikkeling en emancipatie vertrekken altijd vanuit de westerse norm en steevast worden de bovenste helft van de lijstjes gevuld met West-Europese en Noord-Amerikaanse landen. Daarmee is de standaard gezet en de rest heeft slechts tot taak te proberen daaraan te voldoen.  

Mislukte imitatie 

Dat geldt overigens niet alleen voor verre buitenlanden in Afrika, Azië en Latijns Amerika. In hun boek The Light that failed kijken Ivan Krastev en Stephen Holmes terug op de Oost-Europese geschiedenis na 1989.  

Ze beschrijven het als een mislukt proces van imitatie: na de val van de muur zou er voor de voormalige Oostbloklanden een stralende toekomst aanbreken als ze het Westen zouden imiteren door onze democratie te kopiëren en door het toepassen van een economisch shocktherapie die de communistische staatseconomie zou transformeren in een bruisende kapitalisme. Met veel missies van EU, Wereldbank, Raad van Europa en talloze adviesbureaus werd hen verteld hoe ze hun samenleving opnieuw moesten inrichten: copy-paste van het West-Europese model.  

Internationale ranglijsten en vergelijkingen met betrekking tot democratie, ontwikkeling en emancipatie vertrekken altijd vanuit de westerse norm

In de eerste jaren na 1989 nam de intellectuele voorhoede deze uitdaging enthousiast op. Maar de jaarlijkse visitatie door de Europese commissie leidde steevast tot de ontmoedigende constatering “dat ze er nog niet waren”. De auteurs beschrijven de huidige ontwikkeling in Oost-Europa met autoritair-populistische regeringen in Polen, Hongarije en Rusland als de backlash van mislukte imitatie.   

https://s3.eu-central-1.amazonaws.com/frieschdagblad.gazette/1bmVJxuYdm0eKbqR-ZIk65c8y-2000x1000.jpgDe val van de Muur in 1989 leidde tot optimisme over de toekomst in Oost-Europa. Foto: ANP

Wereldwijd verlangen 

Ik zou de laatste willen zijn om te beweren dat democratie en mensenrechten westerse bedenksels zijn die we zo nodig aan anderen willen opdringen. De woede van de betogers in Beiroet na de verwoestende explosie en de roep om nu een eindelijk naar het volk te luisteren, gebeurtenissen rond de verkiezingen in Wit-Rusland laten zien dat het verlangen naar democratie, eerlijke rechtspraak en goed bestuur wereldwijd gedeeld worden.  

Wat maakt dan dat mij zo vaak het verwijt werd gemaakt van westers superioriteitsdenken, ook als het gaat over mensenrechten en democratie? Ik heb daarvoor twee lijnen van denken ontmoet.  

De eerste is dat vanuit het westen wordt gedacht dat mensenrechten en democratie onbekende, vreemde waarden zijn in andere culturen. Alsof we de rest van de wereld iets moeten duidelijk maken dat hen van nature onbekend is.  

Ten aanzien van mensenrechten kunnen we ons in het westen niet indenken dat die ook kunnen bestaan in samenlevingen die meer op basis van collectief dan van het individu zijn gebaseerd

Dat de Afghanen een Loya Jirga hadden (en hebben) waarin vertegenwoordigers van alle stammen en bevolkingsgroepen met elkaar overleggen over belangrijke zaken, schuiven we terzijde. Voor ons is democratie ‘one(wo)man one vote’ en een parlement. Dat in Afrika de Letgotla-cultuur van brede consultatie van de gemeenschap een belangrijke basis is voor het oplossen van problemen en voor het nemen van beslissingen, leggen we om dezelfde reden naast ons neer.  

Ten aanzien van mensenrechten kunnen we ons in het westen niet indenken dat mensenrechten ook kunnen bestaan in samenlevingen die meer op basis van het collectief dan van het individu zijn gebaseerd. Ons mensrechtendiscours kan niet uit de voeten met culturen, waarin het collectieve belang soms gaat boven het individuele belang. Democratie en mensenrechten zijn geworteld in mensen, waar en in welke cultuur of welk politiek systeem ze ook wonen.  

Ideologisering 

De tweede lijn van denken verzet zich tegen wat mensen elders zien als de ideologisering van de mensenrechten. Toen Amnesty International campagne ging voeren om abortus als mensenrecht erkend te krijgen, was dat voor nogal wat mensen elders op de wereld een bewijs van die ideologisering.  

Alles wat niet de kenmerken draagt van het westerse model van mensenrechten en politieke democratie, vinden we ouderwets en in ieder geval onvoldoende

Andere culturen hebben een ander perspectief op de bescherming van het ongeboren leven en accepteren niet dat dat andere perspectief in zekere zin illegitiem wordt door abortus tot een mensenrecht te maken. Ik heb in Afghanistan nogal wat vrouwenorganisaties gesproken die hard vechten voor meer ruimte voor vrouwen in het publieke leven, maar die geen enkele behoefte hebben om het westers feminisme als maatstaf te nemen voor hun strijd.  

Democratie en mensenrechten kunnen voor het westen alleen bestaan als ze zijn ingericht volgen de normen en de vorm die wij er voor hebben ontwikkeld. Alles wat niet de kenmerken draagt van het westerse model van mensenrechten en politieke democratie vinden we ouderwets en in ieder geval onvoldoende.  

Oordeel over vorige generaties 

Die superioriteit is er overigens niet alleen ten opzichte van de rest van de wereld. Ze is er ook ten opzichte van de geschiedenis en de generaties die aan ons vooraf zijn gegaan.  

Onze ouders en grootouders die tot in de jaren vijftig van de vorige eeuw homoseksualiteit als een afwijking beschouwden, beschouwen we als nogal achterlijk en we nagelen hen zonder veel scrupules aan de schandpaal. Hun geschiedenis is niet onze geschiedenis, ze is eerder een object buiten ons, waar we ons van distantiëren. In andere culturen, waar de verbinding met de vorige generaties en voorouders vitaler en belangrijker is, is zo’n hard oordeel over de vorige generaties ondenkbaar. 

We vellen een onbarmhartig oordeel over de geschiedenis om aan te tonen dat wij veel beter, zuiverder zijn. We zijn overtuigd van de juistheid van onze opvattingen voor nu en voor de toekomst. Hoewel Fukuyama’s essay over het einde van de geschiedenis na de val van de muur en de implosie van het communisme inmiddels al te optimistisch is gebleken, is zijn gedachte over de liberaal-kapitalistische samenleving als het enige overgebleven en dus superieur politiek maatschappelijke systeem nog volop voelbaar.  

https://s3.eu-central-1.amazonaws.com/frieschdagblad.gazette/iBGZkcQnnjTjenc8e0l_g3eXM-2000x1000.jpgDe massale protesten na de dood van George Floyd en het daaruitvoortkomende debat over racisme hebben de potentie iets te veranderen. Foto ANP

Kritisch kijken naar onszelf 

De beweging tegen kolonialisme en slavernij en de daaruit voortkomen discriminatie heeft het potentieel de cultuur van witte superioriteit te veranderen. We gaan naar onze geschiedenis kijken als een geschiedenis van uitbuiting en zelfverrijking ten koste van anderen. Maar het is zaak dat de dieper kijken.  

Het gaat niet alleen over de negatieve effecten van onze zogenaamde ontdekkingen van landen en volkeren. Het is zaak ook zelfkritisch te zijn op de effecten van onze technologische vooruitgang. zoals de desastreuze gevolgen voor klimaat en biodiversiteit.  

Avond aan avond vullen we ons beeldscherm met meningen en oordelen. We hebben oplossingen alvorens we vragen hebben gesteld of diepgaand hebben geluisterd

Het is zaak kritisch te zijn op de voortgaande uitbuiting van anderen ten behoeve van onze welvaart. Het gaat erom te zien waar in onze samenleving nieuwe vorm van superioriteit en discriminatie op de loer liggen. Superioriteit dreigt zich te reproduceren in de houding ten opzichte van mensen die niet meekunnen in onze complexe en digitale samenleving, die niet digitaal vaardig zijn, die ons losers worden bestempeld waar je meewarig op neerkijkt omdat ze niet meekunnen, maar door wie je het tempo van de vooruitgang niet kunt laten vertragen.  

Lessen die niet goed passen 

In de afgelopen vier jaar heb ik het voorrecht gehad een bijdrage te mogen leveren aan de voorbereiding van autonomie voor de moslim-minderheid op het Filippijnse eiland Mindanao. Ik heb in die jaren, soms pijnlijk en met schade en schande, drie lessen geleerd die essentieel zijn om van onze superioriteit af te komen.  

1) Ik heb de oplossing niet in huis. Om werkelijk iets voor hen te betekenen moest ik beginnen met de zelfkritische overtuiging dat ik niet weet wat in hun situatie en context het juiste is.  

2) Alvorens iets te vertellen gaat het om vragen stellen en diepgaand luister. Ik moest leren het niet te filteren door de zeef van de westerse samenleving Als ik dat deed miste ik essentiële informatie en context. Pas daarna was de vraag aan de orde waarmee ik hen van dienst kunt zijn. 

3) Deel wat je hebt vanuit generositeit. Genereus delen betekent niet gespitst zijn op wat ik terugkrijg: het is aan hen te bepalen wat ze daarmee doen.  

Het zijn lessen die ons niet goed passen. Avond aan avond vullen we ons beeldscherm, de podcasts en de vlogs met meningen en oordelen en met de pretentie te weten hoe het moet. We hebben oplossingen alvorens we vragen hebben gesteld of diepgaand hebben geluisterd.  

Het loslaten van het diep ingesleten gevoel dat wij de besten zijn en het beste weten hoe het moet, mot nog grotendeels beginnen

In onze door rendement gestuurde samenleving is het woord genereus hooguit iets voor de privésfeer. Politiek-maatschappelijk willen we resultaat gericht sturen op de uitkomsten die wij vooraf hebben bepaald.   

We hebben een lange weg te gaan van afleren en discipline oefenen. Het verwijderen van standbeelden als de zichtbare tekenen van onze geschiedenis van superioriteit is slechts de eerste en eenvoudigste stap. Het loslaten van het diep ingesleten gevoel dat wij de besten zijn en het beste weten hoe het moet, moet nog grotendeels beginnen.  

René Grotenhuis is vice-voorzitter van de Vereniging van Katholieke Maatschappelijke Organisaties (VKMO) en voormalig directeur van Cordaid