Christelijke politiek is altijd politiek van het midden

‘Christelijke politiek is altijd een politiek van het midden’

interview in ‘Het Goede Leven’ van juli 2020 naar aanleiding van het verschijnen van mijn boek ‘Zout: de blijvende betekenis van de christelijke traditie’.

Christenen laten zich in het publieke debat te veel terugdringen op het terrein van de medisch-ethische kwesties, vindt René Grotenhuis. “Wij hebben over meer maatschappelijke vraagstukken vanuit christelijk perspectief iets relevants te zeggen.”

Door de coronacrisis informeren we bij mensen die we spreken altijd eerst hoe het gaat met de gezondheid. Dat leidt bij Grotenhuis meteen tot bespiegelingen over het centrale thema van zijn boek: de relevantie van het christelijk geloof voor de actuele vragen van deze tijd.

“Ik ben benieuwd of er onderzoek wordt gedaan naar de vraag of gelovigen anders met deze crisis omgaan”, vertelt Grotenhuis. “Ik denk namelijk dat dat zo is. Gelovigen mogen terugvallen op vertrouwen. Niet omdat we onkwetsbaar zijn, maar simpelweg omdat we geloven dat we deel uitmaken van een grotere geschiedenis.

“De coronacrisis laat zien dat het potentieel van solidariteit en gemeenschapszin in onze samenleving groot is”, zegt René Grotenhuis. “Mensen aarden het best als onderdeel van een gemeenschap, dat blijkt nu weer. Als je ziet wat mensen allemaal voor elkaar doen: muziek maken voor ouderen, telefooncirkels opzetten, en zich massaal aanmelden als vrijwilliger bij de Voedselbank. Het christelijk geloof is aan tafel begonnen, bij het avondmaal. Het symboliseert saamhorigheid en omzien naar elkaar als wezenlijk kenmerk van dat geloof.”

De voormalig directeur van Cordaid schreef met Zout een warm pleidooi voor een christelijke inbreng in het publieke debat. Zijn boek lag daags voor de lockdown in de winkels, het woord ‘coronacrisis’ komt er niet in voor. Maar Grotenhuis past de centrale stelling van zijn boek moeiteloos toe op de coronacrisis.

“We laten ons terugdringen op een klein terrein van medisch-ethische vragen zoals abortus of voltooid leven”, zegt Grotenhuis. “Er zijn echter veel meer maatschappelijke vraagstukken waarover vanuit christelijk perspectief iets relevants te zeggen is. Dat is iets anders dan een kerkelijk perspectief. Kerken gebruiken de rijkdom van de christelijke traditie niet meer in het maatschappelijke debat.”

Valt de kerken daarin iets te verwijten?

“De kerken van nu moeten als de graankorrel sterven om ruimte te geven aan iets nieuws. Dat is een pijnlijk en moeizaam proces, maar onvermijdelijk. De mainstream kerken, zowel de katholieke kerk als de protestantse kerk in Nederland, zijn afgelopen decennia vooral druk geweest met institutionele kwesties. Bisschoppen zijn bezig met schaalvergroting, fusies, kerksluiting en de organisatie rond de afname van het aantal beschikbare priesters. Dat zijn allemaal beheersvraagstukken. Het samen-op-wegproces bij de protestanten is eveneens een moeizaam verhaal geweest; toen het leek te zijn afgerond, kwamen er weer afsplitsingen.

“Kortom, de kerken waren gericht op interne vraagstukken. In zekere zin valt de kerken dat ook niet te verwijten. Vanaf de vierde eeuw tot aan 1950 zijn kerken de centrale sociale institutie van West-Europa geweest. Het is logisch dat het tijd kost voordat je de ballast van al die eeuwen kwijt bent en weer fris naar je zelf kunt kijken.”

U stelt in uw boek dat het christendom zich niet tegen vooruitgang en modernisering moet verzetten. Tegelijk bent u erg kritisch hoe de moderniteit omgaat met grote vragen over bijvoorbeeld het kwaad, autonomie en vrijheid.

“Er is onmiskenbaar een spanningsveld. De christelijke traditie kijkt naar de toekomst. Wij geloven dat Gods koninkrijk zich zal aandienen en daarmee zijn we gericht op de toekomst. Daarom is het een plicht van christenen om vanuit vooruitgang te denken. Hoe kunnen we deze wereld beter maken en het Koninkrijk Gods op deze wereld een stukje dichterbij brengen? Ik geloof dat techniek ons kan helpen om vooruitgang te realiseren.

“Maar ik ben ook kritisch hoe we de vooruitgang afgelopen decennia vorm hebben gegeven. We zijn daarbij voorbij gegaan aan natuur, klimaat en menselijke relaties. Je kunt Über een mooie technische vooruitgang noemen. Het is een ontzettend gemakkelijke manier om van a naar b te reizen. Maar als we kijken naar het belang van duurzame menselijke relaties en de kwaliteit van arbeid voor Über-chauffeurs dan denk ik niet dat ik Über als vooruitgang kan aanmerken.

“Wanneer je niet in een restauratief christendom terecht wilt komen en ook niet kritiekloos de moderniteit en vooruitgang wilt omarmen, kom je altijd terecht in een genuanceerde tussenpositie. In het hoofdstuk over christelijke politiek schrijf ik niet voor niets dat christelijke politiek altijd middenpolitiek is. We zijn het midden ten onrechte gaan zien als de plek van het verwaterde compromis, de plek van geven en nemen met een zouteloze hap als eindresultaat.

“Je kunt het midden ook zien als de plek waar zoveel mogelijk recht wordt gedaan aan de diversiteit in de samenleving. Daar ontmoeten verschillende inzichten, belangen en overtuigingen elkaar. Het is de plaats waar je met elkaar in gesprek bent. Democratie vraagt altijd dat je in de verbinding de oplossing zoekt.”

Op theologisch vlak lijkt u in uw boek heel zeker over hoe we de Bijbel en God moeten begrijpen. Maar in het hoofdstuk over christelijke politiek schrijft u dat er geen reden is om de ene of andere politieke opvatting vanuit christelijk perspectief bij voorbaat als (in-)correct te beschouwen. Hoe gaat dat samen?

“Geloven kan alleen met overtuiging. Ik kan niet uit de voeten met een taal die heel vaag is en veel ruimte laat. Niet omdat ik de waarheid in pacht heb maar omdat je met overtuiging moet kunnen spreken en schrijven. Dat is misschien ook wel wat ik mis in kerken, dat mensen durven zeggen: hier geloof ik echt in. En dan niet in de zin van: zo is het, maar: dit is wat mij drijft en van waaruit ik leef.

“Aan het begin van het hoofdstuk over christelijke politiek heb ik slechts vast willen stellen dat ik mensen in een breed politiek spectrum van links tot rechts zie die zich met volle overtuiging christen noemen. En ik heb geen reden om van hen te denken: jij deugt niet als christen omdat jij een bepaalde politieke opvatting hebt.

“Maar om eerlijk te zijn: ik vind het ook ingewikkeld om te zien hoe breed christenen zich soms politiek oriënteren. In Frankrijk zijn er veel katholieken die zich aangesproken voelen door een conservatief politieke overtuiging tegen alles wat vreemd is en niet strak in de leer is. Maar kijk ook naar de heilloze verbinding van de katholieke kerk in Polen met Kaczynski en in Rusland van de Russisch-orthodoxe kerk met Poetin.”

En hoe relativistisch kan een christen in eigen land zijn?

“Bewegingen als Forum voor Democratie moet je als christen geen podium willen geven. Baudet is een politieke entrepreneur. Hij heeft een politieke marketinganalyse gemaakt en probeert vervolgens zijn eigen ambities via politieke weg te realiseren. Hij is ook niet gespeend van enig narcisme: Baudet gelooft niet in de samenleving, alleen in zichzelf. Het Brabantse CDA had Forum voor Democratie niet een steuntje in de rug moeten geven door met ze te gaan samenwerken. Als christenen moeten we elkaar daar op aanspreken.

“Maar we moeten ons wel blijven ontfermen over de aanhangers van Baudet en Wilders. Ik heb het ontstaan van de PVV gezien rond 1980. Ik was toen pastor in de Utrechtse wijk Ondiep. Veel mensen in die wijk waren in de jaren zeventig bij massa-ontslagen op straat komen te staan. Mensen die trots waren op hun werk, mooie dingen met hun handen maakten in de fabrieken in Zuijlen, werden afgedankt en voelden zich buitengesloten.

“Heel veel van wat zich in het populisme aandient, heeft een oorsprong in het gevoel van niet meer mee kunnen of mogen doen. Dat gevoel moeten we serieus nemen en dat doen we veel te weinig. We veroordelen veel te gemakkelijk en vergeten na te denken: waar komt het populisme uit voort? Het populisme is een groot maatschappelijk thema. Het onderliggende proces van vervreemding moeten we willen begrijpen.

“De christelijk-sociale leer zoekt altijd naar de balans en kan als antwoord op het populisme richting wijzen. Het probleem van het debat over bijvoorbeeld migratie is dat alles in individualiteit of in globaliteit wordt beschreven. Maar er is een middenweg.

Vanuit christelijk-sociaal perspectief is de lokale gemeenschap net zoveel waard als de globale gemeenschap. Als het dorp Oranjewoud met z’n 150 inwoners vindt dat hun gemeenschap de opvang van 350 vluchtelingen niet aankan moeten we dat serieus nemen. In modern-liberaal denken is de idee van de tussengemeenschap helemaal verdwenen. We zijn individu of onderdeel van de globale mensengemeenschap van acht miljard. En daar tussen zit niks.

“De christelijke traditie heeft oog voor de gemeenschap op de verschillende niveaus daartussenin. Alleen langs die weg maken we verbinding tussen die uitersten.”

René Grotenhuis, Zout, Uitgeverij Abdij van Berne, 2020