HET EINDE VAN DE GESCHIEDENIS

Na de val van de muur in 1989 schreef Francis Fukuyama het inmiddels beroemde essay “The end of history’ De kern van zijn essay was de stelling ‘wat we nu meemaken is niet slechts het einde van de koude oorlog of het voorbij gaan van een bepaalde periode in de na-oorlogse geschiedenis. Het is het eind van geschiedenis als zodanig: het einde van de ideologische evolutie van de mensheid  in de universele geldigheid van de Westerse liberale democratie als de uiteindelijke regeringsvorm.

Hoewel het essay in de decennia daarna veel gekritiseerd en gerelativeerd is, verwoordde hij de breed gedeelde overtuiging dat er met het mislukken van het politiek en economisch model van de Sovjet-Unie geen alternatief meer was voor het liberaal-democratische kapitalisme. Er was ook de overtuiging dat er geen alternatief meer denkbaar was: alleen op deze manier zou de wereld geregeerd en economisch gaande gehouden kunnen worden.

Het einde van de tijden zou aanbreken en, anders dan het verhaal van de Openbaring, geen apocalyptisch gebeuren zijn van oorlog, rampen en vernietiging. Op basis van rationele argumenten en praktische overtuiging had het westerse model zijn superioriteit bewezen en was het inmiddels zonder alternatief overgebleven.

Of misschien was het toch wel gegaan zoals de Openbaring van Johannes ons vertelde: na de zinloze en bloedige oorlog van 1914-1918, de Holocaust van Nazi-Duitsland, de Goelag van Stalin was nu de tijd aangebroken waarin definitieve vrede  en voorspoed zich aandienden in de vorm van het liberaal-democratische kapitalisme. ‘There is no alternative’ was de terugkerende boodschap van Margareth Thatcher en de sociaal-democraten Tony Blair en Gerhard Schröder zeiden het haar na.

Zelfverklaard einde.

Geert Mak verwoordde dat end-of-history gevoel goed in de inleiding van zijn serie over Europa zoals die vorig jaar en dit jaar op de televisie te zien was geweest. We konden aan het begin van het nieuwe millennium niet meer denken dat het zo mis kon gaan. Alle seinen stonden op groen. De opkomst van het internet beloofde een nieuwe ronde vooruitgang in de industriële revolutie, van jaar op jaar nam het aantal democratische landen met vrije verkiezingen toe, ook China had de draai naar het kapitalisme gemaakt en het was nog slechts een kwestie van tijd tot ook daar economische vooruitgang zou leiden tot meer openheid en democratie.

Inmiddels zitten we opgescheept met Poetin, Xi-Jiping, Orban, Kascinsky, Erdogan, Bolsonaro. Trump’s regeertermijn is voorbij maar de invloed van zijn stijl van besturen en communiceren is nog lang niet voorbij. In relatief korte tijd is er van de gedachte dat het liberaal-democratisch kapitalisme definitief de norm zou zijn niet veel meer over. Het lijkt er eerder op dat liberale democratieën zich schrap moeten zetten om niet het onderspit te delven tegenover een om zich heen grijpend populisme, ook in Europa.

De afgelopen vierhonderd jaar overziend is het niet moeilijk te zien hoe steeds opnieuw het einde van de geschiedenis is aangekondigd. Het Engelse koloniale rijk beschouwde zichzelf als vanzelfsprekend en onvermijdelijk om volkeren zonder beschaving en cultuur te leiden: ‘The White Man’s burden’ als een heilige van God gegeven opdracht. Het marxisme presenteerde zich als een wetenschappelijke analyse van de wereldgeschiedenis die noodzakelijkerwijs moest uitlopen op de dictatuur van het proletariaat als definitieve vorm. Hitler sprak van een duizendjarig rijk dat hij zou vestigen en waarmee de verhoudingen in de wereld definitief zouden worden vastgelegd. Het is altijd een zelfverklaard einde van de geschiedenis, afgekondigd door degenen die in een combinatie van superioriteit, economische macht en militaire macht vaststellen dat met hen het einde van de geschiedenis zich heeft aangediend. Hun achilleshiel schuilt erin dat die zelfverklaarde eindtijd voorbijgaat aan het anderen, die niet meetellen. Telkens zijn er groepen die nadrukkelijk en bedoeld geplaatst worden in de marge van de geschiedenis: slaven en gekoloniseerden onder het kolonialisme, de bourgeoisie onder het communisme, de joodse ‘Untermensch’ onder de Nazi’s.

Gele hesjes

Ook voor het einde van de geschiedenis, zoals dat na de val van de muur werd afgekondigd, geldt dat ze een zelfverklaarde eindetijd is, die grote delen van de bevolking terzijde schuift. Het zijn de deplorables zoals Hillary Clinton ze noemde: sneue types die niet meekunnen in de vaart van de geschiedenis, die de flexibiliteit en digitale vaardigheden missen om mee te bewegen op de golven van de globalisering, die vast zijn blijven zitten in culturele nostalgie. Het zijn de losers waardoor de geschiedenis van vooruitgang zich niet kan laten tegenhouden of afremmen.  Ze zijn in zekere zin ballast van de geschiedenis, overbodig en zonder betekenis. In de ‘In Europa’-serie van Geert Mak zit een uitzending over de gele hesjes in Frankrijk, waarin deze gele hesjes het hebben over de dehumanisering van de samenleving. Diegenen die aan de onderkant van de samenleving verkeren zien dat de wereld om geld en macht en gewin draait, waarin mensen zoals zij slechts pionnen zijn op het schaakbord van politieke en economische macht. En niet alleen in Frankrijk, Engeland of de Verenigde Staten, ook in Afrika, Azië en Latijns-Amerika staan grote groepen van de bevolking in de zijlijn en moeten toekijken hoe anderen de economische en politieke macht verdelen.

Degenen die aan de goede kant staan hebben last van een grote mate van zelfgenoegzaamheid. Ze zijn heel tevreden met zichzelf, met wat ze vinden en hoe ze hun leven ingericht hebben. Ze vinden hun verworvenheden vanzelfsprekend en vooral dat ze het verdiend hebben dankzij de inzet van hun talent, hun slimheid, hun connecties.

Het hoeft geen betoog dat de autoritaire machthebbers die nu in opkomst zijn op een schandelijke manier de ervaring en de positie van deze gele hesjes exploiteren. Thierry Baudet in ons land is de meest recente, maar niet de laatste politieke entrepreneur die deze onderstroom opzoekt. Overal gaat deze exploitatie gepaard met het wijzen van de beschuldigende vinger naar krachten van buiten: Europa, China, het internationale kapitaal, externe bedreigingen van de eigen cultuur.

Koninkrijk Gods.

Het boek Openbaring stelt ons voor de vraag wat in christelijke zin de eindtijd betekent. Waarin verschilt ze van de zelfverklaarde einde-van-de-geschiedenis bewegingen die we in de geschiedenis langs hebben zien komen. In het boek ‘Zout: de blijvende betekenis van de christelijke traditie’ onderzoek ik de inhoud van dat koninkrijk als tegenwicht voor het moderne verstaan van vooruitgang als de motor van de geschiedenis. Het koninkrijk Gods is geen politiek of sociaal economisch systeem, laat staan een ideologie die zich zal vestigen. Ik geloof dat het koninkrijk Gods slechts draait om één centrale gedachte: dat ieder mens tot zijn of haar recht komt. In het koninkrijk Gods draait het niet om de mensen met geld of macht of aanzien, daarin draait het om de armen van geest, de treurenden, de zuiveren van hart, de zachtmoedigen. Daarom is het koninkrijk der Hemelen ook niet het eind van de geschiedenis, maar, zoals Jezus in het Lucas-evangelie (Lc 17:21) zegt: midden onder ons.

Verlangen naar het einde.

Het einde van de geschiedenis aankondigen beantwoordt aan het verlangen om de status quo te bestendigen. Het zijn vrijwel altijd degenen die over de macht beschikken (politiek, economisch, cultureel) die daar belang bij hebben. Op die manier wordt hun positie bevestigd en wordt anderen de moed ontnomen om te streven naar verandering. Voorbij het einde van de geschiedenis heeft het geen zin meer iets anders te willen dan het bestaande. Ik ben geneigd de populistische revolutie van de afgelopen twintig jaar deels te zien als verzet tegen dat zelfverklaarde einde van de geschiedenis. Voor hen die naar de marge van de samenleving geduwd zijn moet de geschiedenis verder, zij kunnen en zullen zich niet neerleggen bij de verhoudingen zoals die nu bestaan. Het is ook een aanklacht tegen diegenen die pogen de geschiedenis op slot te zetten om zo hun eigen macht en invloed veilig te stellen.

Daarin hebben ze mij als gelovige aan hun zijde. Hoewel  ik niets van het populisme als politieke ideologie moet hebben, herken ik hun verzet. Het koninkrijk Gods is nog wel iets anders dan de overwinning van het liberaal-democratisch kapitalisme. Daarin lijkt het alsof het humanisme, mensenrechten en democratie zegevieren. Maar wie niet zoet dat het gepaard gaat met groeiende ongelijkheid en grote aantallen mensen in de marge als ‘collateral damage’ kijkt niet breed genoeg.

Het lijkt dat verlangen en de verwachting van Paulus naar de spoedige wederkomst van Christus mag door de loop der tijden zijn gelogenstraft.  Dat verlangen en die verwachting naar Hem die alle dingen nieuw maakt en die Alles in allen zal zijn is nog altijd van betekenis. Dan pas is de geschiedenis voltooid.